<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Klaske Hiemstra</title>
	<atom:link href="http://www.klaskehiemstra.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.klaskehiemstra.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Fri, 13 Aug 2010 08:01:46 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator>
		<item>
		<title>Scène</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/05/scene/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/05/scene/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 May 2010 10:14:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>klaske</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.klaskehiemstra.nl/?p=157</guid>
		<description><![CDATA[Ik keek op de infraroodcamera. ’s Avonds na elven laten we eigenlijk alleen heel speciale gasten binnen. Je kunt tegenwoordig niet voorzichtig genoeg zijn. Voor de deur stond een verlopen figuur te sniffen. Ik wist, voor ik het zag, dat het familie moest zijn, met een nieuwe act. Hier moest ik het mijne van weten. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ik keek op de infraroodcamera.<br />
’s Avonds na elven laten we eigenlijk alleen heel speciale gasten binnen. Je kunt tegenwoordig niet voorzichtig genoeg zijn.<br />
Voor de deur stond een verlopen figuur te sniffen.<br />
Ik wist, voor ik het zag, dat het familie moest zijn, met een nieuwe act.<br />
Hier moest ik het mijne van weten.<br />
Ik rende naar de achterdeur en liet mijn broertje enthousiast binnen.<br />
“Karín” vloog hij me onmiddellijk dramatisch om mijn hals. “Papa gaat dóód”.<br />
Mijn hart maakte een sprongetje. Zou het er dan toch eens een keer van komen? Mijn vader liep al dertig jaar met kladjes die hij op koffievisites met een begrafenisstem voorlas. Hij was zogenaamd depressief, en altijd met zijn testament bezig. Of ik ook wat uit zijn rattennest moest. Neu, ik kon wel voor mezelf zorgen. Jammer jammer jammer, weer een slachtoffer minder, zag je hem denken. Daarna heeft hij nog een twintigtal andere ziektes bedacht, die hij zo slecht speelde, dat geen zinnig mens kon geloven dat hij de waarheid sprak. Hij sprak zichzelf ook steeds weer tegen. Ondanks zijn zware handicaps werkte hij tot diep in de nacht.  De arme man moest echter om de haverklap kotsen, struikelde steeds en kon nooit slapen, had alle vormen van kanker waar normale mensen aan sterven en kon door de Parkinson, waar Claus wel echt onder leed destijds, bijna niet meer uit zijn ogen kijken door de medicijnen. Maar op begrafenissen danste hij, en bezorgde mijn familieleden een hartaanval van woede. Maar het is natuurlijk zo. Creativiteit houdt ook mij op de been, zelfs in de moeilijkste opgenblikken. En mijn vader kon creatief boekhouden als de beste.<br />
Maar doodgaan deed hij niet, want dit soort types sterft niet.<br />
Ik leg dat even uit, voor de onwetende lezertjes.<br />
Om te kunnen sterven heb je een ziel nodig. Om prettig te kunnen overgaan naar die andere wereld, is het heel handig als je ook een hart hebt, dat je bij leven hebt laten spreken. Goede mensen krijgen zo een flow mee naar het einde dat hen steunt om voor Petrus of voor God te kunnen verschijnen. Ik noem maar een paar buitenlanders. Je mag je eigen poortwachter bedenken, dat doet iedereen, ieder volk al zo lang de mensheid bestaat, dus ga gerust je gang.<br />
Je hebt, helaas voor hun en voor de hele mensheid, mensen zonder hart en zonder ziel. Die kunnen ook niet sterven. Ze bestaan bnamelijk eigenlijk niet. Het is enkel dode stof, bij het schijnleven dat ze voeren al. Deze zombies moeten alles uit hun hoofd leren en om te begrijpen hoe ze in elkaar zitten moet je erbij  zijn geweest. Ze gebruiken hun verstand, dat vaak nog wel aanwezig is, om zoveel mogelijk ellende uit te denken. Dat draaien ze zo vernuftig in elkaar, dat er ondanks alles nog steeds mensen zijn die in hun goedheid geloven. Of angstig beweren dat de idioten goed zijn, om maar niet zelf onderuit gehaald te worden.<br />
Mijn vader zit ook zo in elkaar, als een werkje dat je kon maken met de meccanodoos die je voor je verjaardag had gekregen maar waar niet alle onderdelen bij waren geleverd. Die kon je bijkopen, maar daarvoor zijn de luitjes met die constructie te gierig. Ze willen niets als ze ervoor moeten betalen, en als ze iets krijgen gooien ze het weg, want er kan vergif op zitten. Als het van mij komt, is dat ook zo, ik heb het wel eens geprobeerd. Tevergeefs.<br />
Deze piepeltjes leven van de angst die ze voelen en liefderijk om zich heen verspreiden. Ze houden van haat en oorlog. Natuurlijk strooien ze bloemen op je pad. ,maar dan verdwijnen ze zo snel mogelijk weer, omdat ze hun lachen niet kunnen houden. Want positief zijn is zo zeldzaam belachelijk, dat houd je niet voor mogelijk.<br />
Ik liet mijn broertje plaatsnemen in de keuken.<br />
Hij huilde en snikte en gebruikte een grote boerenzakdoek om indruk te maken.<br />
Ik zweeg. Van alles wat je het beste kunt doen in onze familie is zwijgen toch wel het allerbeste. Het kost helemaal niets, zelfs geen energie. Mijn broertje kan dat niet. Daarom mag hij in onze familie berichtjes doorgeven. Die schrijft zijn vader voor hem op, en als hij goed geoefend heeft, mag hij erop uit.<br />
Helaas is de jongen geen natuurtalent, dus heeft hij lessen gevolgd bij een in Nederland zeer goed bekend staande toneelmeester. Die heeft een didactisch vermogen van nul komma nul, maar ja, niet iedereen leent zich voor zulke praktijken, dus ze moeten het ermee doen.<br />
Mijn broertje kan zich nu redden voor het oog van de wereld maar niet voor het mijne. Maar deze act vond ik echt geweldig. Een hele vooruitgang in vergelijking met zijn liederlijk verleden, dat zich uitstrekte van pesterij naar treiterij, volkomen openlijk. Hij kreeg niet eens pro forma straf van paps en mams. Dat was mijn taak, de straffen in ontvangst nemen voor zijn waanzin.<br />
“Hij mist je zo!” wakkerde mijn familielid mijn somberte die spontaan was ontstaan door zijn aanwezigheid nog aan. Dat ik dat voor mijn vader doen kon, heerlijk.<br />
“Jij komt nooit meer en hij lijdt er zo onder. Hij verlangt zo naar je!”<br />
Dat kende ik. Na mijn derde had hij het niet meer gedaan, maar in de jaren daarvoor liet hij me zeker twee keer in de week badend in het bloed achter in het  ledikantje waarin ik vastgebonden in een tuigje, voor het gemak in mijn blote kont moest slapen, omdat hij zo naar me had verlangd. Lieve papa. Daarna smeerde hij er zalf op. “Dan doet het geen pijn meer hè”, zei hij zorgzaam.<br />
Na mijn derde had hij nog wel verlekkerd naar me gekeken. Maar hij durfde niet meer. De muren hebben oren, en ik kon praten.<br />
Processen win je niet, hoor. Je eigen geheugen wordt ondeugdelijk geacht, en mijn vader is penningmeester van de geestelijke gehandicaptenclub, waarmee hij veel meer verdient dan waar hij recht op heeft, en is dus een achtenswaardig man. Ze geloven hem. De wetenschap staat voor niets. Ze vragen: Hebt u uw dochter misbruikt? En dan vraagt hij hoe ze daar nu bij komen. Dat komt weer echt uit het zieke brein van zijn leugenachtige dochter. Die heeft nooit willen deugen. Een jammerkont vanaf haar geboorte (ik werd al dadelijk goed genoeg geacht om voor zijn echtgenote door te gaan), een  leugenaarster en later vanzelfsprekend schizofreen. Dankjewel pap.<br />
Mijn broertje perste er nog een droge snik uit.<br />
“Je moet echt naar hem toe”, huilde hij. De troonpretendent  zit op een toneelclub waar hij iedere gelijkgezinde aan mee laat doen. Dat zijn er meer dan je denkt trouwens. Echte en gemankeerde gekken, keus te over. Ze studeren mallotige stukjes in, die ook opgevoerd worden. De familieleden van de toneelspelers  komen dan kijken, en een journalist krijgt geld om een mooi stukje te schrijven over het experimentele karakter van de ongein.<br />
Mijn broertje heeft om mij te plezieren eens een zelfmoordscène ingestudeerd. Ik hoopte even dat hij daarmee de werkelijkheid een kans zou geven, maar nee hoor.<br />
Om zich in te leven had ik hem al mijn boeken gegeven van uit de tijd dat ik zelf met dergelijke plannen rondliep.<br />
Ik heb het destijds maar niet gedaan. Ik kan schrijven. Dat heeft me gered, echt helemaal.<br />
Ik keek meelevend naar mijn broertje. Zelf heb ik nooit een cursus nodig gehad.<br />
‘Hij gaat dóód’, juichhuilde hij weer.<br />
“Je moet het met hem goedmaken, anders kan hij niet gaan!”<br />
God nog aan toe, dachten ze bij mij in de familie nu echt dat ik ook geen hart had, dat ik niet wist wat ze me allemaal geflikt hadden? Jezus Christus nog aan toe. Verrek, ze dachten natuurlijk dat ik de lul zou vergeven, en hem eren zoals de wetten van alle geloven over de hele wereld voorschrijven om de idioten te beschermen die macht hebben en ongeluk uitstorten over hun medemensen. De angst, de wanhoop. Ik kan het niet. Ik vergeef niet. Ik kan zelfs beter haten dan mijn vijanden ooit hebben gekund. Maar omdat ik me niet meer beschikbaar stel, zullen ze ten onder zullen gaan aan hun eigen liederlijkheid. Het kwaad straft zichzelf. Ik geloof wel in rechtvaardigheid. Wat noodlot. Lol trappen om de belachelijke misdadige sukkels, daar houd ik van.<br />
Ik nam zelf een pilsje en gaf mijn broertje een droog stuk koek dat ik klaar heb staan voor mensen die ik eigenlijk beter niet binnen had kunnen laten. Maar ik ben zo nieuwsgierig. Het levert ook elke keer wel weer een mooi stukje op.<br />
Mijn lievelingsbroertje  smoorde er zowat in.<br />
“Lekker, Karin”, zei hij waterig. “Wanneer kom je afscheid nemen van papa?”<br />
Op de plaats waar bij hem hersens hadden moeten zitten groeide zelfs geen haar.<br />
Het was alsof ik de arsenicum al rook dat in mijn kopje koffie zou drijven als ik zou schreien om mijn vader, die me altijd zo liefderijk genomen had.<br />
Ik zweeg.<br />
Mijn broertje begon te twijfelen.<br />
Voor de vorm bleef hij nog even zitten. Hij speelde de scène ‘volkomen op mijn gemak’.<br />
“Ik moet maar weer eens gaan”, mompelde hij tenslotte, alsof hij een eer had die hij aan zichzelf zou kunnen houden.<br />
Hij stond op en wandelde de keuken uit.<br />
Ik stak mijn gelaarsde voetje uit.<br />
Hij struikelde en sloeg met zijn hoofd tegen de deurpost.<br />
Nu echt jankend liep hij de achterdeur weer uit.<br />
Ik pakte snel Thomas’ buks en schoot hem een pond hagel in zijn billetjes, waarmee hij zo leuk kon scoren in pornografische filmpjes van het allerlaagste allooi.<br />
Hij moest nog rijden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/05/scene/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De erfenis</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/05/de-erfenis/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/05/de-erfenis/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 09 May 2010 17:07:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>klaske</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.klaskehiemstra.nl/?p=155</guid>
		<description><![CDATA[“Koopmans”, baste ik in de telefoon. “Karin, doe toch normáál”, wees mijn moeder me terecht. Ik blies wat stoom af naast de hoorn. “Is Thomas er ook, lieverd?” hijgde mijn moeder. “Je moet minder vreten en zuipen mam” zei ik. “Als je alleen al buiten adem raakt als je de telefoon naar je oor brengt, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>“Koopmans”,  baste ik in de telefoon.<br />
“Karin, doe toch normáál”,  wees mijn moeder me terecht.<br />
Ik blies wat stoom af naast de hoorn.<br />
“Is Thomas er ook, lieverd?” hijgde mijn moeder.<br />
“Je moet minder vreten en zuipen mam” zei ik. “Als je alleen al buiten adem raakt als je de telefoon naar je oor brengt, moet je er echt op gaan letten”.<br />
“Mijn moeder begon te krijsen. “Waarom háát je me zo?”<br />
Ik kon zelfs een snik ontwaren tussen de lettergrepen door.<br />
Ik gaf de hoorn aan Thomas.<br />
“Je vriendinnetje”,  zei ik.<br />
Thomas begon te stralen.<br />
“Ja”, zei hij. “Nee, natuurlijk niet. Ja best hoor. Geen probleem”.<br />
“Wat was er?’ vroeg ik toen hij de telefoon weer op de lader had gelegd.<br />
“Je moeder vroeg of ik executeur-testamentair wilde  zijn voor als je vader doodgaat”,<br />
“Duurt het nog lang?” vroeg ik blij. Eindelijk van die ouwe zak af, die me mijn leven lang getreiterd had.<br />
Ik herinnerde me nog dat ik hem mijn kwartje zakgeld moest geven omdat hij me elke dinsdagavond naar het kickboksen bracht. Het was alles wat ik kreeg in de week, maar zelfs dat wilde hij zelf hebben.<br />
Geen groter egoïst als mijn vader.<br />
“je moeder wilde liever niet dat jij het zelf zou doen. Ze was bang dat je teveel overstuur zou zijn.”,  vermeldde mijn partner in crime.<br />
Ik grinnikte.<br />
“ ’t Is wel haar vader!” kweelde hij het stemmetje van mams na.<br />
Dat viel trouwens nog te bezien. De vrek weigerde zelfs een spoortje wangslijmvlies af te staan voor een DNA-onderzoek.<br />
Als hij dood was, mocht ik misschien even alleen met hem zijn, om afscheid te nemen, overwoog  ik praktisch. Dan moes het toch lukken zou je zeggen. Alhoewel, mijn vader was zo’n type dat zich op zo’n moment uit de kist verheft om je in het gezicht te meppen. Onkruid vergaat niet.<br />
“Die ouwe taart kan het mooi opzeggen. Heb je de verjaardagskaart gezien die ik drie maanden na mijn officiële naamdag gekregen heb?”<br />
Thomas liep de kamer uit. Soms wordt het hem teveel, en hij wil niet altijd slaan, want ik sla terug.<br />
“We blijven geloven in liefde en bezinning lieverd”,  fluisterde ik tegen de vissenkom. En omdat ik het niet laten kon, maar niet van plan was om zelfs maar een druppel inkt aan mijn familie te besteden, gaf ik het antwoord ook maar aan de vissen:  “Insgelijks”.</p>
<p>Een paar dagen later kwamen mijn neven langs. Ze hadden een fles prima whisky bij zich dus het was al snel ouderwets gezellig.<br />
Toen we met zijn vieren kinderliedjes aan het lallen waren uit de tijd van ‘Kleutertje luister” belde de buurman aan.<br />
“Kom erin!” juichte ik, want ik ben echt een gezelligheidsmens.<br />
Het was Achmed.<br />
“Het is een beetje lawaai”,  zei hij. “De kinderen kunnen niet slapen. En Ibrahim heeft morgen proefwerk”.<br />
Thomas gaf hem ook een borrel en zei dat we wat zachter moesten zingen.<br />
“Je bent niet de enige die hier in de straat woont, Karin”, zei hij .<br />
Die pak ik terug, dacht ik, maar ik knikte braaf.<br />
Soms moet je even stom lijken, dan komt de klap des te harder aan als je terugslaat.<br />
Terwijl we Achmed dronken voerden, informeerde ik terloops naar zijn familie.<br />
“Goed”, zei hij. “Heel goed”.<br />
“Wij hebben allemaal werk, en wij houden van Nederland. Benjamin is een goede baas voor ons”.<br />
Benjamin was de Turk die bij ons de complete horecabusiness bestierde. Hij was nog geen dertig, maar hij  hielp de hele Turkse gemeenschap aan werk en als ze even niets te doen hadden, stopte hij ze vol met ongeloofwaardige Turkse verhalen.<br />
“Mag je eigenlijk wel alcohol?” vroeg ik ineens verschrikt.<br />
Achmed kleurde een tintje donkerder.<br />
“Nee mag niet” zei hij schuldbewust. “Is wel lekker hoor”,  vertouwde hij me toe. “Gastheer moet je ook eren, je mag niet weigeren als hij je wat wil geven”,  verduidelijkte hij.<br />
Ik begreep het conflict.<br />
“Je komt maar langs hoor”,  zei ik joviaal.<br />
Mijn plan begon al vastere vorm aan te nemen. Ik schatte het slagingspercentage op honderdentien procent.</p>
<p>Een week later, op zaterdagavond, belde ik aan bij mijn ouders.<br />
“Theo”,  baste mijn neef, ongeveer zoals mijn broer Theo altijd doet.<br />
“Ha Theo, druk de deur maar open hoor”,  riep mijn moeder gretig.<br />
Op de achtergrond hoorde ik mijn vader roepen; “De koffie staat klaar hoor jongen!”<br />
Betrapt. Mooi niet doof, en voor mijn broer is er altijd koffie.<br />
Met zijn tienen liepen we het flatje in.<br />
“Jezus”, hijgde mijn moeder, “wat….”<br />
“Sodemieter op!” schreeuwde mijn vader. “Klootzakken! Help! Politie!”<br />
Thomas speelde een beetje met zijn pistool.<br />
Mijn vader kalmeerde.<br />
“Soep?” riep mijn moeder, helemaal in de war.<br />
“Je geld of je leven”,  zei ik.<br />
Soms komen clichés best van pas, je moet alleen goed timen.<br />
“Koffie graag, mevrouw”, zei Achmed. Hij liet zijn wurgstokje zien. Zijn broers en mijn neven hadden allemaal leuke speeltjes die ze op tafel legden. Net als vroeger, pandverbeuren. Ik had er zin in.<br />
Binnen de kortste keren hadden we allemaal een koffiekopje vol soep, waarschijnlijk getrokken van zeven dagen oude pens en wat al niet meer.<br />
“Niet aanraken”,  sommeerde ik mijn troep.<br />
Mijn moeder verzon steeds iets nieuws. En het zou de eerste keer niet zijn.<br />
Mijn vader zakte in elkaar en simuleerde een hartaanval.<br />
De sukkel vergat te doen alsof hij doof was en oefende een nieuw act: sterven. Niet te lang oefenen pap, dacht ik. Rechtstreeks door naar de finale.<br />
Zijn doodsstrijd duurde zo lang, dat ik hem een schop in zijn zij gaf zodat hij kreunend zijn ogen weer open deed.<br />
Ondertussen dribbelde mijn moeder ijverig heen en weer als een kip zonder kop. Geen toneelstukje.<br />
Mijn vader begon weer te schreeuwen.<br />
“Wat dóen jullie hier?”<br />
“Ik was de executeur testamentair”,  zei Thomas logisch.<br />
Hij had een leunstoel naast de sta-opstoel van mijn vader getrokken en klopte hem geruststellend op zijn dijbeen. Het pistool bleef gezellig tegen de slaap van mijn mogelijke verwekker aandrukken.<br />
“El Moro”,  zei ik plechtig, “je spel is uit”.<br />
Mijn vaders mond zakte open van verbazing. Het was altijd goed gegaan en nou begon ik roet in het eten te gooien.<br />
“Hoe kan je dat je vader nu ‘áándoen?” riep mijn moeder me op hoge toon tot de orde.<br />
“Jij krijgt helemaal niets, jij”, hervond mijn vader op wonderbaarlijke wijze zijn waardigheid. “Ik schrap je uit je testament”.<br />
Mijn moeder begon te giechelen. “Je hebt er nooit ingestaan hoor”, begon ze.<br />
Mijn vader keek alsof hij haar mond dicht wou plakken met slierten kauwgom van drie dagen oud. Dat gevoel kende ik.<br />
Maar mams ging door.<br />
“En dan was Thomas gekomen”, gierde ze stom. “En dan zat jij erbij. En alle vijf kregen ze zes miljoen en jij helemaal niks!!!”<br />
Ze kromp in elkaar van het lachen. Ze had duidelijk buikpijn. “We hebben er zó vaak lol om gehad, je vader en ik…”<br />
Mijn vader gromde iets dat op ‘trut ‘ leek.<br />
Verward keek ze naar hem op.<br />
Ik kreeg medelijden. Ze waren ook te oud. Ze hadden het altijd goed gehad, mijn broers en de zus die nog over was vlogen voor hun. Alle klussen werden netjes geklaard zonder sporen na te laten. Ze hielden mijn vader uit de wind in ruil voor zijn bescherming en een cadeautje met kerstmis. Meestal een zelf geschoten fazant.<br />
De buurman van de villa hier in de buurt fokte ze. Prachtige beesten.<br />
“Je hebt niks aan dat geld”,  legde ik mijn vader uit.<br />
“Niemand mag weten dat je het hebt, want dan valt het teveel op. Je moet leven in deze kloteflat want anders krijgen de buren argwaan. Je kan niet uit want dan hebben de mensen door dat je niet doof bent. Nou ga je straks dood en dan heb je helemaal niks gehad aan je leven.”<br />
“Valt wel mee hoor”,  begon mijn moeder weer te giechelen. “We hebben je zo héérlijk gepest hè paps?”<br />
Het hoongelach dat mij al mijn jaren achtervolgd had dreunde nog steeds na in mijn oren.<br />
Alle half gevulde koffiekopjes, de oudbakken cakes en de bonbons die niet voor mijn mondje bestemd waren, kwamen in één klap terug in mijn herinnering.<br />
Thomas drukte het pistool wat steviger tegen de slaap van mijn ouweheer.<br />
“ Wil je het niet goedmaken?” vroeg ik vriendelijk. “Alles teruggeven, mèt rente, aan mijn familie en kennissen, gewoon lekker royaal, nog even vlak voor je dood gaat?’<br />
Mijn vader trok wit weg.<br />
Geven, dat had hij niet gehad op de maffiaschool op Sicilië. Wat had die idioot eigenlijk wel geleerd. Niets goeds, dat was mij in elk geval  duidelijk.<br />
Hij zei niets.<br />
“Opschieten”,  zei ik. “Ik heb niet eeuwen de tijd, pap”.<br />
“Als je me niet doodschiet”, poepte hij bijna of helemaal in zijn broek.<br />
“Tuurlijk niet”,  zei ik hartelijk.<br />
En tegen mams: “Pak jij het geheime bankboekje maar”.<br />
“Hoe weet jij….”  Begon die. Maar paps zei dat ze niet moest zeuren, hij wou niet dood.<br />
Mijn moeder begon weer te dribbelen.<br />
Ze schoof een ladekastje opzij, rolde het tapijt op en opende het luik dat eronder zat.<br />
Eerst haalde ze de oude kranten tevoorschijn en daaronder lag het bankboekje.<br />
Ze gaf het mijn vader.<br />
“Geef maar hier”, zei ik.<br />
“Teken deze machtiging maar . Daarmee machtig je mij om je rekening te beheren en ik zorg dan wel dat het geld goed terecht komt.”<br />
Achmed begon te klappen en iedereen applaudisseerde mee.<br />
Mijn vader tekende trillend, de handtekening was bijna niet leesbaar.<br />
Ik liet het hem nog vijf keer overdoen en toen schoot Thomas.<br />
Wij stonden op.<br />
Achmed bedankte voor de gastvrijheid.<br />
Maar mijn moe3der was al aan het redderen met emmer en dweil. Macht der gewoonte.<br />
Zingend verlieten we de kamer.<br />
Als Thomas nog één keer zou zeggen dat het te hard was, zou ik hem zijn bek dichttimmeren.<br />
Maar hij zong mee.<br />
We waren gelukkig.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/05/de-erfenis/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Feest</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/feest/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/feest/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Apr 2010 14:09:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>klaske</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.klaskehiemstra.nl/?p=144</guid>
		<description><![CDATA[Dit verhaal zal als Karen Kingcup-story: Partytime! op vrijdag 28 mei 10.00 uur p.m. uitgezonden worden door BBC radio 4 on the lady&#8217;s Hour!!! Zodra ik mijn ogen open deed, wist ik het: ik was jarig! Ik keek of mijn Thomas mijn cadeautje al naast mijn bed had gezet, maar nee, de verrassing wachtte zeker [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Dit verhaal zal als Karen Kingcup-story: Partytime! op vrijdag 28 mei 10.00 uur p.m. uitgezonden worden door BBC radio 4 on the lady&#8217;s Hour!!! </p>
<p>Zodra ik mijn ogen open deed, wist ik het: ik was jarig!<br />
Ik keek of mijn Thomas mijn cadeautje al naast mijn bed had gezet, maar nee, de verrassing wachtte zeker beneden.<br />
Snel deed ik mijn badjas  aan en rende de trap af.<br />
Beneden was het al gezellig druk.<br />
Mijn liefste had zijn vrienden van de nacht meegenomen voor een afzakkertje.<br />
Toen ik binnenkwam begonnen ze luidkeels en ontzetten vals te zingen.<br />
“Goeiemorgen,”  giechelde ik, en ging bij Thomas op schoot zitten. Er was verder ook geen plek.<br />
Ik werd onmiddellijk bedolven onder bewijzen van zijn liefde. Hij haalde onder zijn stoel mijn cadeau vandaan. Hij had het niet ingepakt. Geen tijd gehad, natuurlijk.<br />
“Hartelijk gefeliciteerd meid,” kriebelde hij in mijn nek.<br />
Ik liet een juichkreet horen. De lieverd had een beeldtelefoon voor me gejat!<br />
Nu kon ik fijn met mijn moeder bellen, want die had ook zo’n ding.<br />
Ik belde meteen haar nummer.<br />
Mamsie nam zelf op. Ik zag mijn vader in zijn luie stoel met zijn autootjes spelen.<br />
Wat worden ze toch lief als ze wat ouder worden, dacht ik.<br />
“Hartelijk gefeliciteerd Karin”, kweelde mams.<br />
Voor de zekerheid zei ik maar niets terug.<br />
Bij ons in de familie zeg je heel snel iets verkeerd.<br />
“Wat is het gezellig bij jullie!” riep ze in mijn oor.<br />
Ik draaide de camera zo, dat hij op de visite gericht stond.<br />
“Drank!” riep ze ijverig. Sommige mensen kunnen op kilometers afstand ruiken wat er aan de hand is, hoe is het toch mogelijk.<br />
“Wij komen eraan hoor!”<br />
“Toetoet”,  zei mijn vader.”<br />
“Hoeft niet hoor,” legde ik mijn moeder uit. Ze was nog nooit op mijn verjaardag geweest en dat wilde ik graag zo houden. Geld voor een cadeautje hadden ze ook nog nooit gehad, dus wat had je eraan.<br />
“Nee nee,” lachte mijn moeder, “Wij hebben ook wel zin in een borreltje, hé paps?”<br />
Mijn vader keek waterig op.<br />
Ik knalde de hoorn erop en riep: “Ze komen eraan! Luchtbrug op en rolluiken neer!”<br />
“Kijkgaatje open?” vroeg Thomas.<br />
“Tuurlijk”,  zei ik. “Ik wil er wel van genieten natuurlijk.”<br />
Toen er na een kwartier een auto aan kwam ging er een gejuich op achter onze geraniums.<br />
Paps en mams stapten moeizaam uit hun 45 kilometertje  en worstelden zich naar de voordeur.<br />
Wat onzeker stonden ze naar de rolluiken te kijken.<br />
Toen ze tien minuten hadden staan bellen kreeg ik medelijden.<br />
Jozef mocht opendoen van mij, als hij ze er maar niet in liet. Het was net zo gezellig.<br />
Breed ging onze beste vriend in de voordeur staan.<br />
Hij legde uit dat het een besloten club was, alleen voor ingewijden.<br />
“Maar er is drank” riep mamsie wanhopig. Er liep een druppeltje kwijl langs haar kin. Stond haar heel goed.<br />
“ja, er is een hele hoop drank” zei Jozef. “Dat hoort erbij, hè.”<br />
“En het is mijn dochter!” riep paps.<br />
Ik schoot in de lach. Die paps. Altijd de leukste thuis, en nu ook al vlak voor ons huis.<br />
“Ik heb geen tijd!”  riep ik.”Leg het cadeautje maar neer en smeer ‘m!”<br />
“Cadeautje?” vroeg mijn moeder beteuterd. Het arme mens begreep helemaal niet waarover ik het had.<br />
Jozef ging ineens verschrikkelijk zijn best doen en hij legde uit dat ik jarig was.<br />
“Is niet zo”, wist paps ineens. “Ze is tien dagen geleden jarig geweest, dat hebben je moeder en ik samen gevierd. Ik bedoel dat hebben mams en ik samen gevierd. Ik bedoel… Je begrijpt het wel, denk ik.”<br />
Jozef begon te lachen.<br />
Ik kwam overeind. Ik wees Thomas terug. Als ik hem nodig had, zou ik wel roepen.<br />
“Karin!” riep mamsie blij. “Ik was al bang dat je er niet was! Let maar niet op hem hoor. Ik heb de hele nacht lopen zoeken naar zijn rollater. Die had hij in de rododendrons gedonderd. Ik weet echt niet meer wat ik moet met die man. Hij vertelt van alles niks en als iemand het niet mag weten  gaat hij ineens de waarheid vertellen. ”<br />
De lieverd stond gewoon te janken.<br />
Ik haalde mijn schouders op.<br />
“Je bent van mij hoor lieverd” kreunlachte mijn moeder. “Je moet niet denken dat je van mijn kleine zusje bent. Niks ervan. Er stroomt gewoon boevenbloed in jou, rechtstreeks van ons. Hé paps?”<br />
Mijn vader had juist zijn leutertje uit zijn broek gehaald en stond in de tuin van de buren te pissen. Dat krijg je op die leeftijd, dan heb je de boel wat minder onder controle.<br />
“Nou, we moeten maar weer eens gaan”,  zuchtte mijn moeder. “We komen er niet in denk ik, is het wel meisje?”<br />
Omdat ik nu helemaal blij werd, keek ze toch even argwanend over de schouders van mij en Jozef het drinkgelach in. Ze zuchtte diep van verlangen.<br />
“Ga nu maar”,  zei Jozef.  “Er valt echt helemaal niks te halen vandaag”.<br />
“Nou moe”,  zei mijn moeder. “Heb ik daar nou altijd zo mijn best voor gedaan.”<br />
Ze pakte mijn vader bij zijn elleboog en deed zijn broek weer dicht.<br />
“Kom maar,” zei ze tegen haar heer gemaal. “Denk er maar niet verder over na. Wij gaan ons eigen leven wel leuk maken.”<br />
Toen ze weer in het gogenmobieltje stapten steeg er een luid juich op uit onze huiskamer.<br />
De rolluiken gingen weer open en onze vrienden wierpen kushandjes naar  mijn opvoeders.<br />
“Tot de volgende keer!”  riepen ze in koor.<br />
En dat jullie maar heel oud mogen worden, dacht ik bij mezelf.<br />
Dan word ik het ook, zeker weten. Ik wil helemaal niks ooit meer missen van de gein.</p>
<p>meer Karin Koopmansverhalen hieronder en in de bundel: Karin Koopmans &#038; zonen. Uitgever: De uitgever met het beste contract.<br />
zie ook: De waarheid, Mijn zus Maria en De uitgever, alle op deze website.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/feest/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mijn zus Maria</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/mijn-zus-maria/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/mijn-zus-maria/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Apr 2010 08:32:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>klaske</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.klaskehiemstra.nl/?p=141</guid>
		<description><![CDATA[Mijn zus Maria. Ik kom uit een gezin van zes kinderen. Denk nou niet meteen dat wij Turks zijn, of Marokkaans, in Nederland komt het echt ook wel voor, en zeker in mijn tijd, bij ons in het katholieke zuiden. Het is wel een ongeregeld zootje bij ons. Mijn moeder neukte nogal in het rond, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mijn zus Maria.</p>
<p>Ik kom uit een gezin van zes kinderen. Denk nou niet meteen dat wij Turks zijn, of  Marokkaans, in Nederland komt het echt ook wel voor, en zeker in mijn tijd, bij ons in het katholieke zuiden.<br />
Het is wel een ongeregeld zootje bij ons.<br />
Mijn moeder neukte nogal in het rond, en dan weet je het wel. Dan krijg je dat ze wat minder op elkaar lijken dan als je moeder het bij één man houdt.<br />
Maar mijn vader kon er ook wat van, en ik verdenk hem ervan dat hij de vruchten van zijn wangedrag bij mij moeder onderbracht, want ze moest natuurlijk wel boeten voor dat zij deed waar hij zo’n plezier in had.<br />
Het resultaat is dus ons gezin.<br />
Toen we nog bij elkaar woonden moesten we wel, maar we hielden de omgang met elkaar beperkt tot het hoognodige. Wij slopen als het ware om elkaar heen zonder elkaar te raken, en dat bedoel ik dan zowel letterlijk als figuurlijk.<br />
Nu ik de middelbare leeftijd nader, ben ik er helemaal mee opgehouden.<br />
Vroeger kwam ik nog wel op de verjaardagen van mijn vader en moeder, maar nu de kinderen niet meer meegaan is dat ook helemaal niks meer. Ineens valt het echt op dat wij elkaar helemaal niets te zeggen hebben.</p>
<p>Eigenlijk beviel die familiestilte me prima, maar zo’n drie maanden gelden belde Maria me op.<br />
Ze wou me graag zien.<br />
Ik viel zowat van mijn stoel maar deed alsof het allemaal heel normaal was. Ze had al vijf jaar kanker, zei ze. Dat had ik nog niet vernomen, dus ik informeerde vriendelijk naar haar toestand.<br />
“Niet zo best”, zei ze. “ Ik haal de kerst niet. Maar zou je niet eens langs willen komen? Ik wil de oude banden weer aanknopen, zodat ik voor ik ga de liefde van mijn familieleden kan ervaren. Ik hoop dat dan het sterven mij lichter valt”.<br />
Jezus Maria, dacht ik. De ziekte heeft de hersens ook aangetast, maar ik zei niets.<br />
We maakten een afspraak voor over een week. In de trein naar mijn zusters woonplaats liet ik mijn gedachten  gaan op het ratelen van het treinstel over de rails.<br />
Vroeger had ik samen met mijn ouder zus op één slaapkamer geslapen. Dan wachtte ik tot zij, precies anderhalf uur later dan ik, ook naar boven kwam en dan vertelde ze me spookverhalen.<br />
Het liep op het laatst zo uit de hand dat ik ’s morgens niet meer uit bed kon komen, en vanaf dat moment gaf ons mam me een plekje naast mijn jongere zusje. Daar sliep ik wel meer, want zij had minder te vertellen.<br />
Eigenlijk had ik er verder nooit wat van gemerkt dat ik zo geliefd was bij mijn oudere zuster.<br />
Toen ik zes  was, moesten we samen naar school fietsen, want ik werd geacht in mijn eentje de auto’s niet te zien aankomen.<br />
Zodra we de hoek om waren, ging mijn zus op de trappers staan en sjeesde ervandoor. Ik  was blij toe. Want ik had een minnaar, Frankie Gerritsen, die op een kasteel woonde, en voor de oprijlaan altijd op me wachtte. Wij fietsten dan verder samen naar school.<br />
Ik herinner me nog goed dat hij zijn brilletje dan wat steviger op zijn neus duwde en tegen me zei: “Je hoeft niet bang te zijn hoor. Ik ben ook nergens bang voor.“  En dat heeft me voor de rest van mijn leven geholpen. Frankie  bedankt joh.<br />
Maar nu ineens wilde mijn zus me spreken, terwijl ze na haar twaalfde werkelijk geen stom woord meer met me gewisseld had.<br />
Ik bedacht dat het raar kan lopen in de wereld, zeker in de mijne, pakte er een boekje bij en dacht: als het heel erg is, schrijf ik er een roman over.</p>
<p>Toen ik binnen kwam, lag mijn zus in het bed in de kamer.<br />
Haar man was aan het timmeren. De keuken moest verbouwd, vertrouwde Maria me toe. Want Harm kon natuurlijk niet alleen blijven wonen in het grote huis als zij dood was, en met een nieuwe keuken verkocht het beter.<br />
Mijn zus had geen gezinshulp of zoiets dus zette ik zelf thee.<br />
Harm lag op zijn knieën voor de keukenkastjes en ik zag zijn bilnaad boven zijn broek uitsteken.<br />
Hij gromde iets dat ik opvatte als hartelijk welkom, maar helemaal zeker was ik er niet van.<br />
Ik wilde niet onbeleefd zijn en alle kastjes opentrekken, dus ik vroeg hem of er ook koekjes waren, en waar de theezakjes stonden. Omdat hij niets zei, zoals het hoort in onze familie, ging ik toch maar gewoon mijn eigen gang.<br />
Het kwam erop neer dat ik uiteindelijk chocolademelk heb gemaakt, want iets anders kon ik niet vinden.</p>
<p>Mijn zus was helemaal in de wolken dat ik er was. Ze haalde een boekje tevoorschijn dat ze had gevonden in een beroemd antiquariaat, en dat vol stond met pastoren en kanunniken en pausen. Heel interessant.<br />
Dat had ze mij toebedacht, als aandenken. Ik keek haar verbaasd aan. Stond ik bekend als een halve heilige of zo? Nou ja, ze hoefde ook niet alles te weten, dus ik stak het boekje in mijn tas. Ik keek ook nog even in de boekenkast of er nog iets interessants in stond, en toen mijn zus even naar de wc was nam ik nog twee leuke thrillers mee.<br />
Het was me intussen wel opgevallen dat ze voor iemand die zo verschrikkelijk ziek was, er best aardig uitzag. Beetje magerder geworden, maar dat kwam haar uiterlijk zeker ten goede. Ook viel me op dat ze bijzonder kwiek naar en van de wc liep om weer op het bed te gaan liggen, maar ik zei niet dat het me allemaal nogal meeviel.<br />
Zoiets had ik een keer tegen mijn moeder gezegd toen ze ziek was, en daarna had ze drie maanden geen mond tegen me open gedaan. Niet dat het echt opviel, maar de bedoeling was duidelijk.<br />
Toen de middag om was, zei mijn zus dat ze moe was en dat ik maar moest gaan.<br />
Ik nam roerend afscheid, zei dat ik blij was dat ze me had willen leren kennen en ging op het station een patatje scoren.</p>
<p>Een paar maanden later, nu dus een paar weken terug, belde mijn moeder me op. Met omfloerste stem vertelde ze me dat Maria was overleden. Of ik meewilde, samen met pa en haar naar het lijk kijken.<br />
Omdat ik nu zo’n goede band had met mijn zus vond ik dat niet kon weigeren.<br />
We reden gezellig met zijn viertjes naar de stad waar Harm nu alleen woonde in dat mooie huis met de nieuwe keuken, want mijn jongste broer reed. Hij vond de weg zonder mankeren. Misschien had hij een nog betere band met mijn zus dan ik.<br />
We kwamen aan bij het huis van mijn zus om een uur of drie. Omdat het zomer was, zat Harm buiten met een paar vrienden te pimpelen. Gezellig, wij konden wel even meedoen.<br />
Om de beurt mochten we bij mijn zus kijken.<br />
Harm liep even mee toen ik aan de beurt was.<br />
Ik keek in de kist, onder zijn nauwlettend toeziend oog. Ik zag een pop liggen, keurig geboetseerd. Als dat mijn zus was, was ik ook dood.  Omdat Harm erbij stond begon ik te huilen. Het was ook allemaal droevig genoeg.<br />
Toen ik terugkwam in de tuin, keek iedereen me verwachtingsvol aan. Ik haalde mijn zakdoek tevoorschijn en droogde mijn tranen af. Ik liet nog een droge snik horen. Iedereen was tevreden en we namen er nog een. Dat zou Maria zo gewild hebben.<br />
Ondertussen gingen mijn moeder en Harm ook nog even kijken samen.  Mijn moeder kwam terug met een ernstig gezicht.<br />
“De kist moet dicht”, zei ze. “Ze riekt. Harm zei al, dat vanmorgen het lijk had gekotst. Gebeurt dat vaker? Vroeg hij. Nee dat gebeurt nooit, zei ik. Maar ze stinkt, dat kan zo niet langer”.<br />
Harm en zij gingen weer naar het lijk om de kist te sluiten en ik nam er nog een, want ik moest het wel even verwerken.</p>
<p>Twee dagen later was de begrafenis.<br />
Er waren maar een handjevol mensen. Buiten mijn ouders, mijn jongste broer en ik helemaal geen familie van onze kant. Er waren wel veel vrienden van Harm, en die namen er nog een, want het was geen begrafenis met koffie en krentenbrood, dat zou Maria niet gewild hebben.<br />
Ze had voor ze haar palliatieve sedatie gaven ook nog een neut genomen. Zo was ze. Ze had er zin in.<br />
De dominee had een mooi verhaal over Jezus die op haar wachtte.<br />
Volgens mij was het een of andere drinkebroer van Harm, maar ik jankte gezellig mee en dacht: “Ik kan het toch beter opschrijven geloof ik”.</p>
<p>Mijn ouders reden een eindje om, om mij thuis te brengen. Ik vond het een geweldig gebaar. Wat was het toch mooi dat ik er ineens zomaar bij hoorde.<br />
Maar ’s nachts kon ik de slaap niet vatten.<br />
Wat was dit voor poppenkast? Waarom was er verder niemand? Waarom was het meer een feest dan een begrafenis? Harm had ook niet maar één traantje weggepinkt.<br />
Mijn God, dacht ik ineens.<br />
Ze moeten mij hebben.<br />
Ze zijn bang dat ik over onze fraaie familie ga schrijven, en ontdek dat de beerput tot aan de kop toe vol zit met waanzin en liederlijkheid.<br />
Hoe ik op dat idee kwam vertel ik in een volgend verhaal.<br />
Ik kon me wel voor de kop slaan.<br />
Driftig ging ik na of ik iets opvallend verkeerd had gedaan.<br />
Ik kon niets vinden.<br />
Toen ging de bel.<br />
Het was drie uur ’s nachts, Thomas was er niet, die had een klusje.<br />
Ik haalde zijn revolver onder zijn kant van het bed vandaan en sloop naar beneden zonder het licht aan te doen.<br />
Toen ik beneden was, rukte ik de deur open. Daar stond daar Maria, lijkbleek, met de modder nog in heur haar.<br />
Ik schoot onmiddellijk, zelfs nog voor ze het mes tussen mijn ribben kon duwen.<br />
Ze slaakte een ijselijke kreet.<br />
Daar kwam Harm aanrennen.<br />
Ik schoot nog een keer.<br />
Weer raak.<br />
Ik pakte mijn mobiel uit mijn pyjamazak en belde 112.<br />
Dit was noodweer.  Ik zou misschien een advocaat nodig hebben, maar ik had het in elk geval overleefd.<br />
Toen ik 112 had gebeld, keek ik naar mijn creperende zus en zwager. Ze kreunden nog. Ik belde het nummer van mijn ouders. Mijn moeder nam dadelijk op.<br />
“En?” vroeg ze, hijgend van de spanning.<br />
“Hartstikke dood”, zei ik, en ik lachte.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/mijn-zus-maria/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De waarheid</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/de-waarheid/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/de-waarheid/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Apr 2010 08:31:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>klaske</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.klaskehiemstra.nl/?p=139</guid>
		<description><![CDATA[De waarheid. “Hier, je hebt een knobbeltje in je borst”. “Ik voel niks”. “Kijk, hier”. “Nee hoor, je vergist je, er is echt niks”. “Nou, ik ben er niet gerust op. We gaan maandag naar de dokter”. “Naar de huisarts?” “Nee, we gaan naar de internist van het ziekenhuis. Dan ben je meteen op de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De waarheid.</p>
<p>“Hier, je hebt een knobbeltje in je borst”.<br />
“Ik voel niks”.<br />
“Kijk, hier”.<br />
“Nee hoor, je vergist je, er is echt niks”.<br />
“Nou, ik ben er niet gerust op. We gaan maandag naar de dokter”.<br />
“Naar de huisarts?”<br />
“Nee, we gaan naar de internist van het ziekenhuis. Dan ben je meteen op de juiste plek. Ik vraag de beste internist. Ik ken ze allemaal. Voor mij doen ze dat wel”.<br />
“God….”<br />
“O wat is dit erg Bea. Ik vond je er de laatste tijd al zo moe uitzien”.<br />
“Nou…”<br />
“Echt, je had wallen onder je ogen, en je kon laatst je bed al haast niet meer uitkomen…”<br />
“Ik slaap ook zo slecht. Ik ben bang, Leo”.<br />
“Je hoeft niet bang te zijn. Akkermans is een hele goede. Hij heeft al meerdere mensen het leven gered. En àls er iets aan de hand is, dan kunnen ze meteen je borst verwijderen, dan redden vrouwen het tegenwoordig in 80 % van de gevallen”.<br />
“Leo, nee, dat niet, alsjeblieft, dat niet….”<br />
“Maar als dat nou beter voor je is, meisje, je moet vertrouwen hebben in de doktoren…”<br />
“Ik wil niet dood…”<br />
“Je gaat niet dood, laat dat maar aan mij over”.</p>
<p>Na de operatie lag Bea alleen op een kamertje.<br />
Ze huilde. Ze had nog maar één borst. Toen ze bijkwam uit de narcose was de andere verdwenen.<br />
Pijn, pijn,  pijn, overal pijn.<br />
“Leo, ik ben zo moe, zo alleen, ik wil de kinderen zien….”<br />
“Maar kindje, dat kunnen ze niet aan. Jij kunt het al niet aan, hoe moeten de kinderen dat dan kunnen? Laat ze maar, ze moeten een zo gewoon mogelijk leven hebben, vind je ook niet?’<br />
“Maar het leven is niet gewoon…”<br />
“Natuurlijk wel. Dat denk je maar. Er gaan dagelijks mensen dood, wat wil je nou”.<br />
“Ik wil leven, ik wil leven!”<br />
“Maar jij gaat niet dood, kom nou. Je moet wel blijven vechten, Bea. Ik kan het ook niet allemaal alleen. Jou opvangen, de kinderen opvangen, Denk je wel aan mij eigenlijk? Ik heb het hier ook verschrikkelijk moeilijk mee. Seks zal nooit meer hetzelfde zijn, heb je daar wel aan gedacht?”.<br />
“Leo, niet doen, ik zal sterk zijn.”<br />
“Fijn, zo ken ik je weer”.<br />
“Kun je er niet voor zorgen dat ik bij iemand anders op de kamer kom? Ik voel me zo alleen, hier maar wat tegen  die kale muren aankijken, ik word er gek van.”<br />
“Dat kan nu niet meisje. Echt, de mensen hebben geen boodschap aan jouw ellende. Je moet sterk zijn”.<br />
“God, mijn God…”<br />
“God bestaat niet. Je moet de kracht in jezelf zoeken, ergens anders zit het niet liefje”.</p>
<p>“Wil je het litteken zien?”<br />
Het meisje knikte. De moeder ontblootte haar lege linkerbovenlichaam.<br />
Dwars over haar borst was een slordig gehecht kruis. Het was geen wonder dat ze geen valse borst in haar bh kon verdragen.<br />
Het meisje  knikte dat ze het gezien had.<br />
De moeder borg haar bovenlijf weer op.</p>
<p>“Foute boel”.<br />
Leo boog het hoofd, zodat zijn kinderen en zijn schoonouders zijn ogen niet konden zien. Niemand zei een woord.<br />
Een paar weken daarvoor had het meisje een rare verlamming aan haar gezicht gehad. Het was niks, met een paar dagen was het over. Maar ze waren er wel mee naar de huisarts geweest. Hij had haar gerustgesteld.<br />
In de spreekkamer stond een grote bak met de prachtigste schelpen.<br />
“Neem er maar een paar”, zei hij.<br />
Het meisje aarzelde. Waarom wou die dokter haar ineens schelpen geven? Niemand gaf haar ooit iets. Dat was verboden. Fijn e dingen zijn vergif voor de ziel, als je je verleden niet zomaar kunt verwerken.<br />
De arts pakte een paar van de mooiste.<br />
Toen begreep ze het. Hij wilde dit niet, maar hij  zag geen andere mogelijkheid.<br />
En zij moest het oplossen. Maar ze was te jong, zestien pas. Dan heb je nog geen macht over jezelf, en zeker ook  niet over de anderen.<br />
Vragend keek ze de huisarts aan.<br />
“Toe maar”, zei hij. “Je kunt het. Nu misschien niet, maar later… later… Als ik er niet meer ben”.</p>
<p>“Hoe kan dat nou, waarom moet ik nou ziek zijn? Waarom ik?”<br />
“Nou, ik begrijp het wel. Veel mensen die wrok voelen,  krijgen kanker. En jij hebt het nooit kunnen verwerken dat je die meid moest opvoeden. Het was ook zo oneerlijk. Je was zo mooi, in de bloei van je leven, en zij heeft je helemaal kapot gemaakt. Wat moest je wel niet doen om haar gehoorzaam te maken”.<br />
“Ja…”<br />
“Weet je nog? Zelfs in de kast opsluiten, nachtenlang, of in het kolenhok, niks hielp. Dan ging je ’s morgens kijken en dan moest je haar nog wakker maken ook. Zelfs overdag in bed vastbinden hielp niet. Ze is zo brutaal als de beul  Bea, ze negeert je, ze doet wat ze wil als je niet kijkt…”<br />
“Ze liegt ook…”<br />
“Natuurlijk, dat soort liegt altijd, om hun hachje te redden”<br />
“Dat is geen kind van ons…”<br />
“Nee gelukkig niet zeg”.<br />
“Ze haat me”.<br />
“Ja dat is wel duidelijk.  Zij laat je steeds maar voelen dat ze overal beter in is. Zij kan beter leren, zij kan mooier handwerken, zij denkt dat ze tekenen kan, en schrijven. En dat laat ze je steeds voelen, dat je niks bent. Ze heeft echt niet zo’n fijn karakter hoor”.<br />
“Ja… En ze doet alles met tegenzin.”<br />
“Nee, even helpen in de huishouding is er niet bij”.<br />
“Kan ze ook niet. Ze kan er niks van. Ze is zo ontzettend slordig. Ze aait maar wat over de stoelen en dat noemt ze dan afstoffen. En niks helpt. Ik kan het haar tien keer over laten doen en dat doet ze het nog niet goed. Godallemachtig, wat heb ik mijn best gedaan om er wat van te maken.”<br />
“Ach, met dat soort mensen lukt het nooit…”<br />
“Nee, dat heb ik gemerkt”.<br />
“Als je haar niet had hoeven opvoeden, en zelf een kind had kunnen krijgen in die tijd, hadden we het veel beter gehad”.<br />
“Maar ik kon zo moeilijk zwanger worden…”<br />
“Ach joh, dat is maar zo’n idee van jou. Jij hebt je opgeofferd, en daarom heb je nu kanker. Ik vind het zo erg voor je.”<br />
“Leo, ik ben zo bang. Ik wil niet dood”.<br />
“Niet bang zijn. We gaan er alles aan doen. Ik zal Akkermans vragen jou te behandelen, het komt helemaal goed. “<br />
“Ik wil naar Moerman, die alternatieve arts”.<br />
“Ik ga ook een afspraak voor je maken bij Moerman. Maar het zijn wel lange wachtlijsten daar…”<br />
“Ik kan niet meer…”<br />
“Natuurlijk niet. Ik begrijp het wel. Je moet heel veel rusten, nu. En praat er maar niet over met de kinderen. Ik doe de kinderen wel”.<br />
“Hoe moet dat nou…”<br />
`Laat dat maar aan mij over. Wij gaan heel goed voor je zorgen..`<br />
“ En Petertje…”<br />
“Praat ik ook mee. Niet bang zijn. De dood is ook het einde niet. In de hemel is alles goed”.<br />
“Ik ben zo bang…”</p>
<p>“Leo, de kinderen praten niet met me. Ik lig hier maar. Ze kijken soms om de hoek, of zitten hier te zwijgen. Ik word er helmaal naar van”.<br />
“De kinderen kunnen het niet aan Bea. Ik heb met ze gepraat, maar ze kunnen het niet. Je moet dit verdragen meid. Nog even, dan ben je eraf.”<br />
“Ik kan niet meer….”<br />
“Kop op. Laat me niet in de steek. Ik red het nog net, maar als jij de moed laat zakken, wat moet ik dan?”<br />
“O Leo, ik vind het zo erg voor je. En voor de kinderen. Wat moeten ze zonder mij?’<br />
“Ga maar slapen. Dan rust je wat uit. “<br />
“Ik doe echt geen oog meer dicht, dat kan ik niet…”<br />
“Je moet meer je best doen. Ik ga nu naar mijn werk, schat. Tot vanavond”.</p>
<p>Donderdags was ze naar Moerman geweest. Ze liet de pillen staan en ging vies eten.<br />
Maandags zat ze weer hen aan tafel. Ze was niet ziek meer.<br />
Het was herfstvakantie. Martha kwam logeren , de dochter van de huisarts.  Het meisje had niets met Martha, maar goed.<br />
De moeder vond het fijn dat ze afleiding had, ze was bang dat het meisje het niet aankon. Dat had Leo immers gezegd, en zij geloofde dat.<br />
Als je kanker hebt, en je laat de pillen staan, gaat het even heel goed met je, en dan heel snel bergafwaarts en dan ga je dood.<br />
Dat soort verhalen vertellen ze dan.<br />
Het meisje dacht erover na en begreep het niet. Toen nog niet.</p>
<p>Dinsdags al was de moeder al  heel veel zieker, dinsdagsmiddags werd ze opgenomen.<br />
Woensdags ging Martha weer naar huis. Zij wou niet langer bij het meisje logeren.<br />
Donderdags kwam het meisje op het bezoekuur om te zien hoe het met haar moeder ging.<br />
Haar handen waren blauw en ze hallucineerde.<br />
“Geef me een vuurtje…”zei ze.<br />
Het meisje keek haar aan en huiverde. Haar arme moeder was gek aan het worden. Misschien hoorde dat er wel bij, bij doodgaan. Of ga je van bepaalde injecties die een huisarts die ook een vader is, je kan geven blauw zien en hallucineren? Zoiets mag je niet denken.<br />
“Wat sta je daar nou”, zei de moeder. “Vlug. Haal lucifers. Sta daar niet zo. Schiet op”.<br />
Het meisje liep met gebogen hoofd naar de rokersruimte.<br />
“Mijn moeder wil lucifers…” zei ze.<br />
Er was een man die lucifers gaf. Hij keek naar haar en begreep het niet, net zo min als wie dan ook er nog maar iets van begreep. Op één na, misschien.<br />
Later besefte ze dat haar moeder om passie had gevraag, met vuur wilde dat het meisje haar leven zou ontleden, om de waarheid te zien, over haar leven en dat van het meisje zelf. Maar dat inzicht kwam later pas.<br />
Die nacht bleven ze wakker,  in de wachtkamer van het ziekenhuis.<br />
De vader ging af en toe kijken, de kinderen  mochten niet mee.<br />
“Daar word je niet vrolijk van”, zei hij.<br />
Om kwart voor negen ´s morgens was de moeder  overleden.<br />
De kinderen mochten haar even zien.<br />
In een apart kamertje stond het bed met het lichaam van de vrouw waarmee ze hun leven lang in één huis hadden gewoond.<br />
Toen zag ze het. Ze zag de leugen met al haar gevoel, maar tot haar hersens drong die op dat moment niet door.<br />
Ze zag de waarheid.<br />
Ze schudde haar hoofd, en ze schudde maar en schudde maar.<br />
Toen begon ze te brullen van woede, een weergaloze woede, gericht  op de moordenaar van haar moeder.<br />
Want daar lag geen vrouw die aan kanker was overleden.<br />
Daar lag een gezonde vrouw van net vijftig, die onder de handen van haar echtgenoot gestikt was.</p>
<p>De moeder werd begraven in de pyjama van het meisje. Dat vond haarvader zo mooi. Hij zei dat hij zo’n medelijden had met zijn kinderen, en hij genoot van zijn eigen haat.<br />
Pas toen dat meisje haar vader vertelde dat ze het wist, gingen de ogen van de vader open. Hij zag dat zijn kind Karin Koopmans was geworden. En dat hij van haar nooit meer zou winnen.<br />
In zijn wanhoop omdat hij verloren had, sloot hij zijn ogen om ze nooit weer open te doen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/de-waarheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Klaske Hemstra kin tsjoene mei wurden</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/klaske-hemstra-kin-net-skriuwe/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/klaske-hemstra-kin-net-skriuwe/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 08 Apr 2010 11:11:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>klaske</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ferhalen en Kollumns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.klaskehiemstra.nl/?p=122</guid>
		<description><![CDATA[De oarloch fan Anne Wadman. It begûn mei trip-tripjen, boppe it plafond, ûnder de flier fan de earste ferdjipping. In mûs, tocht ik. Neat oan de hân. Oeral is wol ris wat no. Mar ja, hoe komt sa’n bist dêr, pikere ik. Hy sil der wol berne wêze. Mar dan hie er in mem hân. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De oarloch fan Anne Wadman.</p>
<p>It begûn mei trip-tripjen, boppe it plafond, ûnder de flier fan de earste ferdjipping.<br />
In mûs, tocht ik. Neat oan de hân. Oeral is wol ris wat no.<br />
Mar ja, hoe komt sa’n bist dêr, pikere ik. Hy sil der wol berne wêze. Mar dan hie er in mem hân. Dy moast dan troch it gatsje slûpt wêze doe’t se swanger wie fan dizze mûs. Mar hoe komt sa’n bist dan oan iten? Hie er syn eigen mem opfretten? Of libbe de mem noch en hie se har eigen soan as miel brûkt? Omdat men sokke dingen net witte kin, fergeat ik de mûs..<br />
Mar yn de rin fan ’e tiid waard it lûd heftiger.<br />
Rotten, tocht ik. Yn de ferlerne romte fan ús hûs site rotten, it kin net oars.<br />
Wêrom no krekt by ús, tocht ik. Mar myn man struide rottegif en ik tocht der fierder net oer nei.<br />
Der kaam lykwols in tiid dat ik nachts oeren wekker lei, en it gefoel hie dat der ien wie. It heftige tripkjen wie ferfongen troch in bonken dêr’t ik myn earen net mear foar slute koe.<br />
Ik krige it spoekbenaud.<br />
Geasten, tocht ik. It is hjir net plús.<br />
Ik helle it boek fan Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn, noch mar ris út ’e kast en begûn deryn te lêzen. In grut part fan de minsken dy’t hast stoarn binne mar net hielendal, ha de erfaring dat se mei harren bewustwêzen yn in einleas lân fol leafde en ljocht west binne dêr’t de minsken harren omearmje dêr’t se fan hâlden ha. Mar net allegear ha de hast ferstoarnen sa’n erfaring. Guon komme telâne yn in soarte fan neat. As se wer bykomme út de koma, ha se ek gjin oantinkens oan wat der bard is.<br />
Dy sille dan wol wat omspoekje, tocht ik praktysk.<br />
It soe wat my oanbelanget dus wier wol in spoek wêze kinne, dy’t dêr yn ús hûs yn ’e ferlerne romte wennet.<br />
Dêr moast ik mear fan witte.<br />
Omdat ik oerdeis wat minder benaud bin as nachts, gie ik op in skiere middei yn de lekkere stoel sitten, die eardopkes yn en lege aaidoppen op myn eagen. Ast dat dochst, begjinst automatysk te hallusinearjen nei ferrin fan tiid. Dat komt, do krijst gjin sinjalen mear fan bûten. Dyn bewustwêzen is ôfsluten,, en dan krijst kontakt mei dyn ûnbewuste. Sa sparrest in hypnotiseur út.<br />
Al gau rekke ik yn in lichte slommer. Myn lea wiene ûntspand en myn geast dwarrele in bytsje om.<br />
En ja hear, op in stuit werkende ik it bonken en it switterige gefoel dat ik dêrby altyd mar wer krige.<br />
It is fansels net neat, mar op dat stuit tocht ik: gewoan dwaan, giest der net dea fan.<br />
Foar myn ûnbewuste eagen stie it stal fan in man, dy’t ik sa ien twa trije net werkende.<br />
“Wa bisto?” frege ik.<br />
“Ja, wa bisto”, andere it spoek grimmitich.<br />
“Ik bin Klaske”, sei ik. “Ik wenje hjir”.<br />
“Oja?” It spoek lake aaklik.<br />
Even kaam it yn my op om  tsjin him sizzen dat er opsoademiterje moast. Mar dan wist ik noch neat.<br />
“Kin ik dy earne mei helpe?” frege ik doe mar.<br />
It spoek bleau ferbjustere stil. Dat is net de manier dêr’t minsken ornaris reagearje asto spoek bist.<br />
“Ik kin it net fine”, begûn er te skriemen. “En ik wit net iens wat it is dat ik fine moat”.<br />
“Kom, jou my in hân” flaaike ik. En wier, it spoekbyld achter de aaidoppen stuts syn hân út. Ik fielde ek werklik in lichte druk op myn bewuste hân.<br />
“Ik bin Anne Wadman” snottere it spoek. “En ik kom dy warskôgjen. Doch net as ik&#8230;”<br />
“Net as dy?” frege ik.<br />
“En ik wol ek nei dat moaie lân út dat boek fan dy fan Bommel”, jammere Anne.<br />
“Van Lommel”, ferbettere ik him. “Ik moat hjir even oer neitinke. Mar ik kom derop werom. Asto my wier wat te sizzen hast, help ik dy hjirút”.<br />
Ik helle de aai- en de eardoppen wei en sykhelle djip.<br />
Hjir moast ik mear fan witte. Mar dan wol gewoan op de kompjûter want sa’n eameljend spoek begjint al rillegau te ferfelen.</p>
<p>Ik begûn mar gewoan op Wikipedy.<br />
Anne Wadman is berne yn Langwar op 30 novimber 1919. Hy is stoarn de 6e febrewaris 1997.<br />
Mei grutte eagen siet ik te sjen nei wat de man allegear dien hie. De beheinde(!) bibliografy liet 24 titels sjen.<br />
Hy hie Nederlânsk studearre, skiednis, Frysk en musikology. Yn 1955 promovearre hy – cum laude! – op de Fryske skriuwer Hjerre Gjerrits van der Veen. Hie ik dêr ea wat fan lêzen? Koe wêze, mar ik wist it net mear.<br />
Yn 1952 en noch in kear yn 1989 wûn Anne Wadman de Gysbert Japicxpriis. Hy wie sjoernalist, kritikus en musikus. Hy fungearre ek wol as konsertmaster by it Frysk Kamerorkest. Hy wie gewoan fantastysk. It spiet my dat ik him net by libben kend hie.<br />
Ik snapte der neat fan. Wêrom hie ik dit net earder witten? Wat wie der mis mei Anne Wadman dat hy tsjintwurdich mar yn myn gedachten omspoekjen bleau?<br />
Ik sette myn ûndersyk fuort.<br />
Yn 2009 ferskynde in biografy yn it Hollânsk oer Anne Wadman fan Joke Corporaal, Grimmig eerlijk.<br />
Dat my dat doe net sa bot opfallen is, koe ik mysels wol ferjaan, want it wie myn bêste jier net.<br />
Ik lies en lies en foar myn eagen ferskynde, no yn wurden, in byld fan Anne Wadman as ien dy’t it net fine koe. It tocht oan it spoek.<br />
Anne hie altyd it gefoel dat er it net fertsjinne hie. Hy waard priizge troch freon en fijân, en bleau tinken dat hy mislearre wie. Hy koe dwaan wat er woe, sa moai skriuwe as in minske mar skriuwe kin, yn twa wike in boek skriuwe fan 300, 400 siden, hy koe prizen winne en publisearje yn it Frysk èn yn it Nederlânsk, hy koe fammen en froulju by de fleet ha, en faak ek noch mear frommeskes tagelyk, de hiele literêre wrâld koe oan syn fuotten lizze, Anne koe der net fan genietsjen. Hy fielde de wurdearring net. It kaam gewoan net oan.<br />
Neffens Joke Corporaal wie dizze geweldige man earlik oer himsels, grimmitich earlik, omdat er fan himsels bewearde dat er as skriuwer mislearre wie. Pardon? As ik grimmitich earlik wêze soe oer Corporaal, dan soe ik sizze dat se better neitinke moatten hie. In minske is net earlik oer himsels as er tinkt dat er in rachel is wylst er ta de heechste toppen heart op it kreative mêd. Wadman hat in bettere biograaf fertsjinne.<br />
Anne, ik help dy, flústere ik samar in bytsje foar my út.<br />
Ik kin dy net in nije biografy jaan, mar ik fyn wol datsto mear bist as earlik. Ik help dy hjir út man.</p>
<p>Wat is der oan ’e hân as in minske hiel wat is, en hy kin himsels net wurdearje? Wêrom hellet in geweldich man himsels םndeûnderút wylst er grutsk op himsels wêze moatte soe?<br />
Neffens Corporaal hat it de oarloch west.<br />
Anne wie 21 doe’t de Twadde Wrâldoarloch begûn. It is yn dy tiid net altyd dúdlik west wa’t der winne soe, de Dútsers of de Hollanners, of de Amerikanen, of de Ingelsken. De berjochtjouwing wie ek, sa’t dat heart yn ion oarloch, net optimaal en der binne hiel wat minsken west dy’t, krekt as Anne Wadman, gewoan mar neat dienen om it faaie liif te rêden. Uteinlik is de oarloch foar in protte minsken eat west dêr’tst omhinne libje moast. Net kieze foar of tsjin de Dútsers, mar foar dysels. Jou dysels in goed libben, dan kinst der better oer as dat der om dy hinne ek dingen barre dy’t net goed binne, en dêr’tst dochs neat oan dwaan kinst. Oarloch ommers is in saak fan de polityk, net fan de gewoane minske.<br />
Sa besjoen is it net sa raar dat Wadman yn 1943 derfoar keas om de loyaliteitsferklearring te tekenjen, omdat hy sa graach studearje woe.. En ek net dat hy dêroer swijde. Want it wie fansels wol sa dat der altyd útslovers wiene dy’t in “freon” wol de grûn yn boarje woene, en him oanjaan woene by de fijân. Foaral as dat ien is dy’t alle talinten hat dêr’t in minske fan dreamt. Net elkenien kin de sinne yn it wetter skine sjen. Of om it mei oare wurden te sizzen; asto goed bist, binne guon jaloersk, en as se hiel jaloersk binne, wolle se alles wol dwaan om dy del te heljen.<br />
Ik fyn Anne mei dat tekenjen net sa fout, mar sels hie er in skuldgefoel dat bûten alle proporsjes wie. Mei it ferstriken fan de tiid waard mear en mear dúdlik dat de Dútsers de oarloch winne soenen. Wadman skamme him dea. Hy wie bûten de letteren gjin held, mar hy die wol mei oan in lytse fersetsdied tsjin ’e ein fan de oarloch, in besykjen om dochs wat te dwaan tsjin de Dútsers, dy’t him in normaal libben ûnmooglik makke hienen. Oer de oarloch en syn mislearjen dêryn skreau hy: “Kûgels foar in labbekak”, dat yn 1964 ferskynde. Yn dat boek makket hy himsels sa ferskriklike swart, dat jin de triennen oer it wang rinne. Earme Anne, tocht ik ûnder it lêzen. Ik hie him wol yn myn earms nimme wolle. Kom mar, hie ik dan flústere. Sa slim is it net. In foutsje mei. Der binne gjin deaden fallen troch dyn hân. Do wiest it net, dy’t Hitler oan de macht holp. Do wiest it ek net dy’t him de dea oandie. Dat die er sels wol. Net elkenien hoecht op dy manier in held te wêzen. Do koest skriuwe. Dêrtroch hast de wrâld in bytsje moaier makke. Do wiest geweldich, op papier, en yn de muzyk. Hoechst wier net alles te kinnen. Skriuwe, muzyk meitsje sa moai asto it koest, dat is hiel wat. Wier.</p>
<p>As ien him sa ferskriklik skammet om in fout, dan sit der yn ‘t foar al hiel wat sear yn dy minske.<br />
Gjinien dy’t yn syn jeugd leafde krigen hat en dêrmei om libje te kinnen it breanedige selsbetrouwen, hellet himsels ûnderút op de manier as Wadman dat die.<br />
Tsjintwurdich wurde lytse bern noch wolris behannele as lytse prinsen en prinsessen. Dêr wol ik tsjinyn bringe, dat sa’n hâlding heechmoed opsmyt en in te min kritysk sjen nei it eigen hanneljen en tinken. Mar it oare uterste is wol in bern leechachtsje omdatsto sels ek net de leafde krigen hast dy’tst sa ferskriklik graach hân hiest. En net krigen hast.<br />
De lilkens dy’t in minske dêrtroch oprint, kin er, as er wol, útstruie oer foaral it eigen kwetsbere bern, omdat er sa de macht fielt, dy’t er oer syn eigen libben net hat. It is fansels saak de lilkens te oerwinnen, mar de psychology is pas letter yn de 20e ieu berikber wurden foar in grutter publyk. Dêrfoar wie it hast ûnmooglik om fet te krijen op it eigen libben troch ynsjoch yn de patroanen dy’t meitsje dat minsken binne sa’t se binne.<br />
Benammen de Twadde Wrâldoarloch hat dêr fansels wol oan mei holpen. Willekeur en ûnmacht, de ûnmooglikheid om jins eigen libben te libjen sa’t men it sels wol, de eangst om betrape te wurden as men eins allinnich mar wat goeds dwaan wol, en dat mar al te faak de fijân net nei’t sin is, kin meitsje dat it yn ’e holle fan in minske yn grutte tizeboel wurdt. Wat is no goed en wat net? Op it eigen gefoel ôfgean kin net, dan komt der straf. De regels folgje dy’t de fijân opsteld hat, bringt de minske yn sa’n benaude posysje, dat er allinnich yn elkoar dûkt sitte kin sûnder te bewegen, yn de hope dat er dan net sjoen wurdt, en yn alle gefallen noch it libben behâlde kin. Al stelt dat libben dan eins net safolle mear foar.<br />
Yn it ferline waarden patroanen faak sûnder erch trochjûn oan de nije generaasje<br />
Yn ’e 21e ieu, dy’t alle mooglikheden jout ta seilsynsjoch en in better libben foar dysels en oaren, soe ik dat wol strafber stelle wolle.<br />
Wy meitsje ús drok omdat minsken smoke, mar litte hurde minsken dy’t net fan it libben leare wolle gewoan de swakke broeders en susters ûnderút helje. Dat smyt in geastlike en dêrtroch ek liiflike pine op foar de slachtoffers dy’t it sa’n ien hast ûnmooglik makket om grutsk te wêzen om wat er kin en is. It is foar sa’nien  hast ûnmooglik om te fielen dat er de muoite wurdich is, omdat er dat noait fiele mocht.  It is sa’n minske ek hast ûnmooglik om sels de leie te nimmen, omdat dêr altyd straf op stie.. Yn ’e eagen fan syn kille opfieders wie er ommers al mislearre trochdat er plak ynnaam yn de widze.<br />
Mar soms wurdt it ûnmooglike dan dochs wier. Dat is as sa’nien de kâns grypt om te feroarjen. As hy sjocht dat it skuldgefoel dat er allinnich al hat omdat er bestiet, net yn him sit, mar him oandien is. Dan kin er betinke dat er it dan dochs mar fan nimme moat. Dat er himsels jaan moat wat oaren net jaan koenen. It is fansels even wennen, want de eangst om foar dysels op te kommen is grut. Ast as hiel lyts bern al begrepen hast datst better net libje kinnen hiest, dan is it net sa maklik om dat wol te dwaan.<br />
Mar it kin wol. It duorret mar trije wike om in oar patroan oan te learen, bygelyks minder snobje, of lekkerder te iten, of dysels in hân te jaan en mei te nimmen nei in fijner libben. Net omdat in oar fan dy hâlde moat, mar omdatst eins hiel goed mei dysels opsjitte kinst. Ast dat fielst, kinst ek dyn negative selsbyld ferlitte (en de minsken dy’t dat oproppe) en it libben moai meitsje..<br />
Pas dan kinst begjinne te libjen sa ‘t it heart. Mei leafde foar dyn moaie kant. En mei in licht skouder opheljen foar dyn mindere siden, dy’t der wol binne, mar wêrom soest dêr de klam op lizze.<br />
Anne Wadman koe net ferneare dat er fout west hie yn de oarloch. In hiel lyts bytsje fout makke hy sa grut, dat al it goede dat hy dien hie, derby yn it neat foel. Hy koe de oarloch dy’t yn himsels tjirge net winne. Mar ik kin net sizze dat er troch te sizzen dat er as skriuwer en as minske mislearre wie, earlik wie oer himsels.<br />
Hy hie grutsk wêze meien, dat er, wylst er foar syn gefoel net bestean mocht, sa’n kanjer wie op safolle manieren. </p>
<p>Ik die myn ear- en myn aaidoppen wer yn en op en wachte op Anne.<br />
It duorre in hoartsje, mar doe wie er der dan ek.<br />
Ik seach dat er al hiel wat rjochter rûn as niis.<br />
“Sa sawat?” frege ik.<br />
“Tsjong”, sei er. “Dat it wie myn skuld eins net”.<br />
“Nee, eins net”, sei ik. “Mar hiest wol wat leaver wêze kinnen foar Hylkje”.<br />
Anne krûp wer yn elkoar.<br />
“Jout net ju”, sei ik. “Asto dat net dien hiest, hie se noait sokke prachtige Martha-ferhalen skriuwe kind. Ik ha my besaud oer hoe’t se de manlju delsette koe. Moast it in bytsje posityf sjen.”.<br />
“O ja?” Anne kaam wer omheech.<br />
“Ja”, sei ik. “It libben is gewoan watst der sels fan makkest”.<br />
Wy fûstken ôf.<br />
“Betanke jong”, sei ik.<br />
“Do ek betanke”, sei Anne. “Moai sein hear”.<br />
“En dêr is it ljocht”, sei ik, en wiisde nei in soarte fan luchtbel dy’t skittere fan leafde en waarmte.<br />
“As ien it fertsjinne hat, bisto it wol”.<br />
Anne Wadman draaide him om en rûn nei it plak dat ik him oanwiisd hie.<br />
Ear’t er ferdwûn yn it skynsel, stuts er noch even de hân op te ’n ôfskie.</p>
<p>Corporaal, J. Grimmig eerlijk, Anne Wadman en het probleem van de Friese literatuur.2009.<br />
Lommel, P. Van. Eindeloos bewustzijn, een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring. 2007.</p>
<p>Klaske Hiemstra.<br />
reaksjes: klaske56@hotmail.com</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/klaske-hemstra-kin-net-skriuwe/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>In dûbeltsje op syn kant</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/in-dubeltsje-op-syn-kant/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/in-dubeltsje-op-syn-kant/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Apr 2010 10:13:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>klaske</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ferhalen en Kollumns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.klaskehiemstra.nl/?p=120</guid>
		<description><![CDATA[Ik wol graach in wurdsje meiprate oer it ferline en de tsjintwurdige tastân fan de roman. Josse de Haan hat yn De Moanne fan maart 2010 in replyk jûn op de heechdravende teoryen fan Vaessens (De revanche van de roman. Literatuur, autoriteit en engagement.) Ik fiel in sterk langstme om in ein te meitsje oan [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ik wol graach in wurdsje meiprate oer it ferline en de tsjintwurdige tastân fan de roman.<br />
Josse de Haan hat yn De Moanne fan maart 2010 in replyk jûn op de heechdravende teoryen fan Vaessens (De revanche van de roman. Literatuur, autoriteit en engagement.) Ik fiel in sterk langstme om in ein te meitsje oan al dat dreech praat dat hjoed-de-dei sa yn de moade is as it giet om de roman, en trouwens ek as it giet om in lytsere taal as it Frysk.<br />
Neffens my lije de roman en it Frysk en in hiel soad minsken ûnder in moade dy’t siik makket, en sels deameitsje kin. It is ommers moade om yn problemen te tinken en dêr dan help foar te sykjen by in dokter of de gemeente of in helpferlienende ynstânsje.<br />
Ik ha sels mannich kear erfoeren dat gjinien dy helpe kin asto dysels net helpst.  Ik sil in foarbyld jaan.<br />
Asto net mei jild omgean kinst, kin in televyzjeprogramma as “In dûbeltsje op syn kant” der wol foar soargje datsto de fuotten wer ûnder it gat krijst, mar oan de gesichten fan de slachtoffers is goed ôf te lêzen dat se der neat fan snappe. Net hoe’t it sa kommen is dat se €29.000 skuld ha mei in ynkommen fan €3600 de moanne. En ek net hoe’t sa’n televyzjeman it paad wit te finen yn de jungle fan de ynstânsjes om de rotsoai wat minder ellindich te meitsjen.<br />
As sa’nien dan goed lústert en docht wat master seit, kin er leare fol te hâlden, ek nei de twa, trije jier dat de oefening duorret en de pine foarby wêze moat. Soms ha ik der likegoed net folle fidúsje yn.<br />
Asto ien kear in probleem hast en it troch oaren oplosse litst,  bliuwt it selsbetrouwen op in leech pitsje stean. Bang en knoffelich as er it wer sels dwaan moat, ferfalt de minske wer yn âlde fouten en oer acht of tsien jier is it wer in krekt like grutte rotsoai as dêr’t wy no op de tillevyzje fan genietsje meie.<br />
Folle better soe it wêze as de ferdwaalde minske in skop ûnder de kont krige en syn saakjes sels oplosse mocht.<br />
Dan krige er, by elk stikje dat er fierder kaam, ek mear selsbetrouwen. Ikke sels dwaan, it siswurd fan de trijejierrige, soe er dan no en foar altyd yn ’e praktyk bringe kinne. </p>
<p>Wat ik sizze wol, is dat it probleem fan (u.o.) de roman net it probleem is fan wittenskippers.<br />
Dy kinne roppe, raze, balte, mar as der in probleem is mei romans, moat dat probleem oplost wurde troch skriuwers. En dan ek net troch ien, mar troch elke skriuwer sels, op syn eigen wize.<br />
It probleem is net dat de roman dea is, mar dat der tsjintwurdich sa’n ferskriklik lyts bytsje skriuwers binne dy’t orizjineel, tûk en moai skriuwe doare. It liket wol as lêze se de fierstente djoere wurden fan wittenskippers dy’t it gefoel foar moai skriuwe al lang ferlern ha, as se it ea al hân ha, en dan tinke; o sa moat it, oars bin ik net modern. Skriuwers tinke te folle, en fiele te min wat foar harsels de needsaak is om te skriuwen. Dat moat in needsaak wêze dy’t yn harsels sit, yn it hert, net yn ’e holle. De maatskippij freget, en dêrom bied ik wat oan? Nee, ik ha wat te jaan en dy’t it ha wol, sil it paad nei myn boeken wier wol fine. Skriuwers binne gjin grutters. Boeken binne gjin earpels. </p>
<p>It probleem is begûn mei de razernij fan de oarloch.<br />
Oan ’e ein fan de njoggentjinde, begjin tweintichste ieu wie de psychologyske roman modern. Omdat it geëamel yn de romans as dy fan Couperus wol hiel swartgallich wie, fierde yn de tritiger jierren it “gjin foarm mar fint” fan de generaasje fan it tydskrift “Forum” heechtij. Yn romans en ferhalen as fan bygelyks  de Fryske skipsarts Slauerhoff, mar ek yn  essays  fan mannen as Menno Ter Braak en Eddy du Perron, gong it om de persoanlikheid, de persoanlike styl en de persoanlike miening fan de skriuwers. Sa waard fan alle kanten wurke oan in krêftich byld. In minske mocht sterk wêze, en net te ’n ûnder gean as by Couperus en syn maten.<br />
Doe kaam de Twadde Wrâldoarloch.<br />
As yn alle oarloggen wurdt de frijheid fan minsken beheind, en dat sil foaral ek sa wêze as it giet om skriuwers dy’t de minske foarhâlde hoe’t se in persoanlijheid wêze kinne. Dat is net yn it belang fan de fijân. Boppedat wurdt oer de hiele liny it gefoel fan feilichheid oantaast, dat in minske sterk makket en fol selbetrouwen.<br />
De romte om te skriuwen is beheind ta dwaan wat de fijân seit of stikem dwaan wat men wol, en ja en amen size tsjin de fijân. Ek dat lêste makket lytser as noadich.<br />
It gefoel fan feilichheid kaam net daliks op 5 maaie 1945 wer werom. De minsken wiene wend om erchtinkend te wêzen en bleauwen dat in hiel skoft. Miskien sels wol oant no ta.<br />
Yn de literatuer en de keunst sjocht men de eangst werom yn de styl fan de fyftigers, dy’t mear as fol sit fan in útwrydske symbolyk.<br />
It is bekend dat u.o. as in minske in soad eangst hat, de geast in útstapke meitsje wol nei bylden en symboalen. Psychotici binne bange minsken dy’t tinke yn bylden omdat se de wurklikheid net oankinne. De eangst sit him dan yn it net oankinnen. Bylden wurde yn de keunst en yn de religy brûkt al salang as der minsken binne. Dat is net altyd út eangst, al wit men dêr it krekte net fan. De bylden oerwinne en net mear brûke is symptoanbestriding. De eangst om te libjen soe in minske altyd oerwinne moatte as er net de slaaf wurde wol fan in oar syn regels en – beheinde – opfettingen. </p>
<p>De generaasje fan flak nei de oarloch hat in ôfgryslike eangst belibbe. De ferskrikkingen fan de oarloch, it omkomme litte fan sa ferskriklike folle minsken op sa’n bisteftige manier, wie net te fernearen, foar gjinien mei gefoel. Guon sletten de eagen der hielendal foar, guon tochten yn bylden om de wierheid in bytsje draachliker te meitsjen.<br />
Yn de sechstiger jierren kaam it gefoel fan feilichheid wer werom. Doe kaam, as reaksje op de wylde bylden fan de fyftigers, de koele observaasje fan de werklikheid. Men wie bliid dat men it wer oan koe. Marchel Duchamps hat mei syn ready-mades in fynst dien: do nimst in stikje wurklikheid, en trochdatsto de omjouwing weilitst, kinsto oandacht besteegje oan dat hiel lytse stikje wurklikheid.  Grif ferliest men dêrtroch it gehiel út it each, mar dat wie no krekt ek even de bedoeling. Ferfrjemding, hjitte dat.<br />
Foar de roman betsjutte dat, dat der sa min mooglik bylden brûkt waarden dy’t yn dreamen of oare parten fan it ûnderbewuste libje. Ik gong om de wurklikheid dy’t foar himsels sprekke moast. As it oer in man gong, bedoelde men ek in man, en net de ratio. In frou wie in frou, en net it gefoel. </p>
<p>De teory fan de roman murk op dat der hieltyd wat feroare, mar omdat it rjochte oersjoch der net wie, besleat men dat in roman fernijend wêze moast – èn moat. Dy fernijing moast blike út de foarm en ynhâld. Men ferklearre doe ek mar de psychologyske roman foar dea.<br />
De psychology hie sa’n hege flecht nommen, dat help foar elkenien tagonklik wie. Oeral koe men lêze oer psychologyske prosessen. Ien ding fergeat men: dy psychologyske prosessen waarden rasjoneel beskreaun, wittenskiplik. It gefoel krige oandacht, mar de ratio hie de lije.<br />
Waard troch Couperus de siel fan Eline Vere fan binnen út beskreaun, fan de sechstiger jierren ôf woe men allinnich mar troch it ferstân de ellinde fan de geast begripe. Miskien koe it ek wol net oars. As it gefoel te folle rotticheid yn him hat, kin it ferstân, it besef dat de wurklikheid gelokkich net sa dreech is, it gefoel rêde. Mar dat is in stap: it doel is dat gefoel en ferstân Mar dat is in stap: it doel is dat gefoel en ferstân hân yn hân de lije ha. It soe spitich wêze as it gefoel net mear meidwaan mocht. In minske kin dêrmei depressys oproppe. As in minske net dwaan mei wat it gefoel ynjout, kin it hiel raar gean.</p>
<p>Omdat men hieltyd fernijend wêze woe, waard der behoarlik eksperimintearre mei de roman. Sa ferdwûn somtiden it gefoel hielendal út de roman. Foarbyld yn ús tiid is Charlotte Mutsaers, dy’t hiel sketsmjittich minsken delset. As reaksje kaam ‘The stream of conciousness’, dy’t allinnich de gedachten en de waarnimmingen fan persoanen werjoech, sa as yn Ulysses, fan James Joyce.<br />
Foar de sljochtweihinne ynteressearre lêzer wie der doe al gjin aardichheid mear oan. It wie net spannend en net moai, der wie gjin plot en gjin ferhaal. “Gelukkig hebben we de fotos’ nog!” De film joech útkomst. In (B-)film woe noch wolris spannend wêze en ek noch goed ôfrinne. De goede held wûn der noch wol ris. Mar de elite moast der neat fan ha. It moast raar en min en krûm en idioat, oars wie it net goed. Wille ha? Nee, dêr stiene se boppe.<br />
En wy fernije mar troch. Mar wat moast op it lêst noch útfine, alles is al ris betocht.<br />
 Yn in hiel soad gefallen besiket men grappich te wêzen troch minsken in bytsje stom del te setten. Sa’t se binne!  wurd der dan roppen. No, ik hoopje it net, ha ik faak tocht. In foarbyld is Herman Koch, dy graach in bytsje tjirgje mei mei aparte figueren (u.o. Het Diner).<br />
Fan it Eksistensialisme út, dat yn Frankryk nei de oarloch opjild die, hâlden wy yn Nederlân oer dat it noch wol earne oer gean mocht, mar it mocht net goed ôfrinne. Sa flak nei de oarloch wie dat fansels net sa frjemd, mar om no oan dat gefoel fêst te hâlden yn in wrâld dy’t fan alle gemakken foarsjoen is, en minsken alle gelegenheid biedt om harsels te wêzen, liket dat dochs wol wat raar. Dat is ek sa as men ropt dat der in krisis is. It liket net foar in dûbeltsje op de krisis fan de tritiger jierren, mar in soad minske omraak. En hast iderien hat it nei’t sin. Wy jouwe ús libben gemiddeld in 8 yn de gelokstests.</p>
<p>Miskien is it ek net hielendal wier, dat wy yn 2010 yn Nederlân hielendal ússels wêze meie. Wy binne sa bliid dat wy meidwaan kinne, dat wy dêr al tefreden mei binne, al jouwe wy dêrmei ús eigenheid op.<br />
As wy goed sjogge, liket de romte dy’t in minske krijt net grut genôch om op wjukken te fleanen. Der binne safolle regels dêr’t in minske him oan hâlde moat, dat men hieltyd dwaande is mei tinken hoe moat ik no en mei it wol. Meitsje ik gjin fouten, doch ik gjinien sear. As hinnen pikke wy noch hieltyd om yn it hinnehok, bang dat der wat gebeure sil.<br />
De eangst dy’t wy yn de oarloch opdien ha, is noch net foarby, wylst de wrâld op himsels al folle feiliger wurden is. Mar mei’t de regels en de kontrôle mooglikheden it grutste plak ynnimme yn ús wrâld, fielt it foar ús as is der noch hieltyd gjin frijheid, teminsten net foar it gefoel<br />
It gefoel wurdt hieltyd wer oan bannen lein en net fertroud. Der is gjin romte mear foar leafde. Memmen bygelyks moatte wurkje, om it jild en omdat it oansjen en kontakten opsmyt. Ik kin my net yntinke dat al dy memmen net dat natuerlike gefoel ha fan by de bern wêze te wollen as se lyts binne. Mar ja, it is mar in gefoel, dêr moast dy oerhinne sette.<br />
Itselde jildt foar it gefoel foar religy. Wylst alle folken op ierde ferlet ha fan in hegere diminsje yn har tinken en fielen, ha wy yn Nederlân in man dy’t eangst hat foar in religy. It aparte is, dat er dy eangst oan in hiel soad oaren trochjout, wylst minsken mei in religy meastal net aakliger binne as minsken sûnder – de goede net tenei, fansels.<br />
It gebeurt sels dat men beweart dat religy wat is foar minsken dy’t har ferstân net ha. It is fansels dúdlik dat religy net hielendal yn rasjonele termen te fetsjen is. Dêrom wurde der – faak prachtige – bylden brûkt om dúdlik te meitsjen wêr it om giet. Wat dat oanbelanget is religy in broer fan syn suster keunst, en minsken dy’t yn bylden tinke kinne, binne dan ek faker religieus as minsken dy’t dat net kinne.</p>
<p>No werom nei de roman.<br />
Foar de roman lizze der noch steapels mooglikheden.<br />
Safolle sielen moatte har befrije fan it jok dat fan generaasje op generaasje trochjûn is. It juk dat seit dat it libben swier is, al is dat al lang net mear sa. It jok dat seit dat it wol net goed ôfrinne sil, al ha wy alle mooglikheden om der wat fan te meitsjen. Wy moatte it allinnich mar dwaan.<br />
It jok dat ús ferbiedt om te dwaan wat wy fiele dat goed foar ús is, omdat wy noch hieltyd it gefoel ha dat dit gefaarlik is.<br />
Ik tink dat it gewoan wol goed wêze soe as in minske gewoan wer wille ha mocht. As der eat is, dat sterk makket, is it wol de aardichheid oan it boartsjen, sa’t sels de bern fan hjoed it hast net mear meie.<br />
Boartsje, wille ha, makket in minske sterker.<br />
In moai boek, mei moaie wurden, en boartlik skreaun – mei hjir en dêr moaie bylden om jin by it hert te krijen -, jout wille en net de dea.<br />
Ik tink dat it mooglik is.<br />
Elke libjende skriuwer dy’t leaut yn himsels, kin in roman as twa, trije, fjouwer skriuwe. En as er boppe syn problemen útgroeid is, kin dat hjoed-de-dei ek wol wer op in manier dy’t begryplik is foar de roppige lêzer.<br />
Drege wurden moatte hiel faak ferbergje dat men it eins ek net sa krekt wit. As ik der al oan tink dat ik sa in boek fol skriuwe moatte soe.<br />
Dat wol dochs ek gjinien lêze?</p>
<p>Miskien is it dochs mei de roman wol in dûbeltsje op syn kant.<br />
Want tsja, in roman dy’t deawurge skriuwers en gjin lêzers hat, dy koe dochs echt wol ris hast op stjerren nei dea wêze. </p>
<p>Klaske Hiemstra.</p>
<p>Drs. Nederlânske taal- en letterkunde, autodidakt yn de symbolyk yn de breedste betsjutting.<br />
“Ik ha leard fan it libben”.<br />
klaske56@hotmail.com</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/04/in-dubeltsje-op-syn-kant/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kuifje yn Amearika</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/de-riepe/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/de-riepe/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 26 Feb 2010 00:59:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ferhalen en Kollumns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://localhost/?p=42</guid>
		<description><![CDATA[“Kuifje in Amerika’ is no wer ris krekt sa’n boek dat men útlizze kin as it in dream. De drystmoedige jonge sjoernalist Kuifje set ôf nei Amearika om de boevebinde yn Chicago plat te lizzen, opslute te litten en sels de oerwining te fieren troch fierder te gean nei in oar aventoer. Om de oare [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>“Kuifje in Amerika’ is no wer ris krekt sa’n boek dat men útlizze kin as it in dream.<br />
De drystmoedige jonge  sjoernalist Kuifje set ôf nei Amearika om de boevebinde yn Chicago plat te lizzen, opslute te litten en sels de oerwining te fieren troch fierder te gean nei in oar aventoer.<br />
Om de oare bledside ropt er dat er him net steurt oan bedrigingen, oft dy no komme fan ferklaaide polysjemannen, boeven dy’t der gewoan foar útkomme dat se sa stom binne om boef te wêzen en Yndianen dy’t ek net snappe wa’t no de echte boef is.<br />
Kuifje nimt it sjitark ôf fan syn fijannen en as it derop oan komt, sjit hy de flessen mei alkohol lek, net de misdiedigers.<br />
“Kom mar op”, seit er grutsk. “Ik bin net bang”.<br />
Hearlik, sa’n held dy’t it libben moai makket mei humor en sûnder dat der ek mar ien deade falt, triomfearjend it Frijheidsbyld foarby fart.<br />
It is fansels mar in dream, mar as sjoernalisten yn ús eigen heitelân sa ek harren fijannen te lider slaan soenen, soe it ek moai wêze as it ynienen gjin dream mear wie.</p>
<p>Hergé. Kuifje in Amerika.145. Kocht yn in winkeltsje yn âlde boeken yn Ljouwert. €1,50.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/de-riepe/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mijn beste buddy’s</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/mijn-beste-buddy%e2%80%99s/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/mijn-beste-buddy%e2%80%99s/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 26 Feb 2010 00:58:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ferhalen en Kollumns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://localhost/?p=39</guid>
		<description><![CDATA[Het is natuurlijk hartstikke vreemd allemaal. Ik hoor al stemmen en heb daarmee een schizo-affectieve status verworven, bovenop de manisch-depressieve afwijking die me ook alweer zo’n twintig jaar siert, en dan kom ik ook nog met dat mijn stemmen mijn beste buddy’s zijn. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat ik zo vreemd in het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #000000;"><img class="alignright" src="http://sync.nl/wp-content/postpics/f_1287.jpg" alt="" width="225" height="247" />Het is natuurlijk hartstikke vreemd allemaal. Ik hoor al stemmen en heb daarmee een schizo-affectieve status verworven, bovenop de manisch-depressieve afwijking die me ook alweer zo’n twintig jaar siert, en dan kom ik ook nog met dat mijn stemmen mijn beste buddy’s zijn. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat ik zo vreemd in het leven sta. Nou, echt snappen doe ik het zelf ook niet. Bovendien: verder ben ik best normaal.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Niet dat diezelfde stemmen me er nooit inluizen, maar ik moet zeggen dat ik er elke keer weer beter uitkom. Ik begrijp dan achteraf wat ik moest leren van die gebeurtenis.<br />
Bijvoorbeeld: ik moest, jaren geleden alweer, gaan schelden op mijn vriend omdat hij weer eens lang was weggebleven. “Klaske”, zei mijn vriend, “dat ligt niet aan mij. Dat moet je echt bij jezelf zoeken”. Ík had natuurlijk gelijk, en hield boos mijn mond. Híj was immers te laat? “Hij heeft gelijk”, zeiden de stemmen in mijn hoofd. “Verrek”, dacht ik, “ik heb een probleem met loslaten”. En ik vogelde zomaar ineens uit waar hem dat precies aan lag. En geloof het of niet, ik had er geen last meer van als mijn vriend laat thuis kwam.<br />
Echt leuk was dat doorleven niet; leren van het leven doet nu eenmaal pijn. Maar zonder mijn stemmen had ik me waarschijnlijk niet in deze pijnlijke situatie begeven en dus ook niets geleerd.</span></p>
<p><span style="color: #000000;"><span id="more-39"></span><br />
Daarom ga ik ervoor, elke keer weer. En ik heb mijn stemmen nu eenmaal zestien jaar geleden mijn volledige vertrouwen gegeven toen ze zeiden: “Het zal moeilijk zijn, maar het is de moeite waard. Maar je moet doen wat wij zeggen”. Daar komt bij dat mijn stemmen meestal niet hard zijn, maar onweerstaanbaar liefhebbend.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Ik doe wat mijn stemmen zeggen, al is het nog zo idioot. Nou ja, het valt ook wel een beetje mee. Ik doe niemand fysiek pijn, ik loop niet naakt en ik geef niet al mijn geld weg. Toen ik dat laatste een keer van plan was, protesteerden mijn stemmen, die paniekerig tegen elkaar riepen: “Ze wil al haar geld weggeven!” ”Maar dan moeten we vertellen van het winkeltje!” ”Sst, dat zouden we toch geheim houden?” Toen waren ze weer weg. Ik wist genoeg. Ongetwijfeld zou ik later verschillende leuke dingen doen waarvoor ik geld nodig had. En zo ging het ook.<br />
Het is trouwens zelfs zo dat mijn stemmen me tegenwoordig vaak duidelijk maken dat ik het zelf wel weet onderhand en niet moet vragen of ik het wel goed doe of zo.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Wat ze ook voor me doen is dat ik dan half en half zit te dromen en er ineens woorden opklinken, uit een gesprek op tv of uit een liedje op de radio of zoiets. Dan weet ik dat het op mij slaat. Soms is het zo mooi, dat ik tranen in mijn ogen krijg.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Betere buddy’s dan mijn stemmen kan ik me echt niet wensen.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Gek hè.</span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/mijn-beste-buddy%e2%80%99s/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De zin van waanzin</title>
		<link>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/de-zin-van-waanzin/</link>
		<comments>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/de-zin-van-waanzin/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 26 Feb 2010 00:57:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ferhalen en Kollumns]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://localhost/?p=36</guid>
		<description><![CDATA[In de psychiatrie wordt aan de betekenis van dromen en psychoses niet altijd de aandacht gegeven die ze verdienen. Patiënten zouden baat kunnen hebben bij het nader ingaan op de inhoud, naast de medicatie. Het onbewuste laat niet voor niets op zo indringende wijze van zich horen. Mensen die last hebben van wanen, hebben last [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #000000;"><img class="alignright" src="http://www.altered-states.net/barry/newsletter323/Lucid_Dreaming-A.jpg" alt="" width="219" height="215" />In de psychiatrie wordt aan de betekenis van dromen en psychoses niet altijd de aandacht gegeven die ze verdienen. Patiënten zouden baat kunnen hebben bij het nader ingaan op de inhoud, naast de medicatie. Het onbewuste laat niet voor niets op zo indringende wijze van zich horen.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Mensen die last hebben van wanen, hebben last van het feit dat hun onbewuste op gaat spelen, omdat ‘het eruit moet’, om wat voor reden dan ook.<br />
Je kunt een vergelijking trekken met dromen: dromen maken met eigen symbolen duidelijk wat je aan belangrijks hebt beleefd, de voorafgaande dag. Omdat een mens altijd wel iets beleeft, droom je elke nacht en moet je ook elke nacht dromen: het is zelfs zo dat iemand na enige tijd gek wordt als hem zijn dromen onthoudt door middel van slaaponderbreking. Het onbewuste laat zich niet dwingen, wat eruit moet, moet eruit. Wordt de droomslaap weer ingehaald, dan verdwijnt de gekte.</span></p>
<p><span style="color: #000000;"><span id="more-36"></span></span></p>
<p><span style="color: #000000;">In geval van tijdelijke waanzin, zoals die onder meer speelt bij manische depressiviteit, zie je hetzelfde verschijnsel als bij mensen aan wie de droomslaap wordt onthouden: wat niet bewust verwerkt kon worden, en dus ook niet tijdens de slaap, komt er op een ‘dwaze’ manier uit, via een achterdeurtje zou je kunnen zeggen.<br />
Mede (!) doordat voor die uiting niet de reguliere kanalen worden gebruikt (praten, droomslaap) maar het zojuist genoemde achterdeurtje, krijgt de boodschap de kracht van een explosie.<br />
Een boodschap die zo krachtig is dat ze langs zo’n omweg en met zo’n kracht geuit moet worden, verdient het om gehoord te worden. Het nadeel is echter dat de boodschap verpakt zit in een soort verwrongen beeldtaal, die als gezegd verwant is aan de beeldtaal die in dromen ‘gebruikt’ wordt door gezonde en ongezonde mensen.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Je kunt overigens twee soorten dromen onderscheiden: de verwerkingsdroom, die verreweg het meest voorkomt en de voorspellende droom, die veel minder voorkomt en de dromer een signaal geeft dat er iets gaat gebeuren dat meer dan normale aandacht nodig heeft. De laatste soort dromen heeft zeker betekenis voor de dromer, maar ik ga hier verder alleen in op de verwerkingsdroom.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Omdat beide uitingen zijn van het onbewuste, verdient het aanbeveling psychoses om dezelfde manier uit te leggen als dromen. Dat betekent trouwens dat ook psychoses voorspellende elementen kunnen bevatten, naast de gewone verwerkingselementen. Dromen en op dezelfde manier psychoses hebben hun eigen speciale beeldtaal die dromers zelf kunnen analyseren met behulp van dromenwoordenboeken die overal verkrijgbaar zijn.<br />
Het probleem met psychoses is, dat de droominhoud gepaard gaat met veel angst. Je kunt dan ook beter wachten met het analyseren van psychoses als de angst is weggeëbd. Je moet er wel aan toe zijn, anders maak je de zaak alleen maar erger.<br />
.<br />
Ik pleit er hier voor om dromen uitleggen uit de paranormale hoek te halen. Dromen en onder meer psychoses zijn uitingen van je onbewuste. Er is niets paranormaals aan naar jezelf willen luisteren (met behulp van een woorden boek), en dat geldt voor zowel dromers als voor lijders aan psychoses. Wie wil zich niet van dat wat hem onbewust plaagt, bewust worden zodat het plagen over is? Waarom wel gedichten van een manisch depressieve dichter analyseren en niet zijn psychoses?<br />
Je zou alles moeten analyseren waar de patiënt behoefte aan heeft, vind ik, als hem dat kan helpen. De pijn niet uit de weg gaan, maar haar recht in de ogen kijken.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Dromen uitleggen heeft twee kanten: een universele, met een uitleg die algemene geldigheid heeft, en een persoonlijke, die alleen door de dromer zelf kan worden begrepen. Voor het laatste is het nodig dat de dromer zich bewust wordt van de associaties die hij heeft bij de droom. Er duikt bijvoorbeeld een vriend op. De associatie is: oja dat is Piet, die is altijd zo traag. Op de droom toegepast: ik kon er inderdaad heel moeilijk toe komen om te doen wat ik eigenlijk zo belangrijk vond<br />
Voor de universele uitleg is een droomwoordenboek handig. Uit onszelf kunnen wij de symbolen die ons onbewuste hanteert, meestal niet begrijpen.<br />
Voor een goede uitleg moet je de droom of de psychose, of als je een gedicht wilt analyseren, het gedicht, van zoveel mogelijk kanten bekijken: de universele beeldentaal en de persoonlijke associaties moeten samen zorgen voor een uitleg naar tevredenheid. De uitleg is pas goed als de dromer het gevoel heeft dat het klopt!</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Een voorbeeld.<br />
Ik droomde jaren geleden van een vrouw (die ik later als mezelf herkende) die lege borden op de tafel smijt. Ze is alleen in een heel klein huis. Zij wordt geroepen, maar er is niemand, en buiten is het donker.<br />
Associatie; ik was kwaad omdat ik altijd moest wachten op mijn man die nooit thuis kwam (leeg huis) en omdat ik te weinig geestelijk voedsel kreeg.<br />
Universeel: op een tafel wordt iets opgediend. In dit geval zijn het lege borden, er is geen voedsel voor de geest. Dat het huis klein was, betekent dat ik mijn persoonlijkheid nog moest ontwikkelen.<br />
Er wordt geroepen in het donker: ik werd ‘geroepen’ boeken te gaan schrijven voordat ik mijn hele persoonlijkheid kende, alles was nog niet licht.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Vaak kan een heldere droom of een psychose, waarvan de beelden blijven hangen, pas uitgelegd worden als het ‘zover is’. Het toeval moet soms een handje helpen te begrijpen wat er eigenlijk bedoeld is.<br />
Je kunt het beste je beperken tot ‘heldere’ dromen als je wilt gaan analyseren. Soms krijg je dromen die terugkeren, of dromen die iets met elkaar te maken lijken te hebben. Die zullen ook zeker interessant zijn.<br />
Als het gaat om psychoses zou je dezelfde maatstaven moeten hanteren. Als iemand na jaren zijn psychose nog weet na te vertellen zou ik best willen weten wat daar dan achter zit.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Dromen, stemmen uit het onbewuste, psychoses, het zijn geluiden die gehoord willen worden, beelden die soms lang op ons netvlies blijven hangen.<br />
Maar de stem van het onbewuste, de droom en de psychose zijn als het negatief van een foto, als ze de toekomst niet voorspellen. Het liefst hadden we enkel dromen als het “I have dream” van Marten Luther King. We zouden opstaan en iets van ons leven maken, zonder meer.<br />
Maar helaas, het onbewuste tovert ons een beeld voor van ons ik dat nog niet af is, de stemmen in ons onbewuste lokken ons in de val, en soms kunnen we de gruwelijkheid van onze dromen haast niet verdragen. Met name dood en zelfmoord hebben als beeld een enorme angstaanjagende kracht.<br />
Maar dood heeft in dromen nooit de betekenis die het heeft in ons dagelijks leven, het is een oproep om ons ergens bewust van te worden.<br />
Zo heeft ook zelfmoord niet de betekenis van zelfdoding.<br />
Na de zelfmoord van een zwaar depressieve vriend van mij, in 1996, kreeg ik een afschuwelijke droom waarin ik mij met een lang mes het leven benam.<br />
De betekenis van de droom is dat ik mijzelf moest analyseren tot ik alles wat ik fout had geleerd in dit leven, gezien en verwerkt had. Een lang mes staat namelijk voor analyseren (met het verstand ontleden) en dat ik dood moest, betekende dat ik mijn oude ik vaarwel moest zeggen, want die hinderde mij. Zo’n proces roept veel angst op. Je oude ik loslaten is angstaanjagend, wat het loslaten van het vertrouwde altijd is, al komt er iets beters voor in de plaats.<br />
Mijns inziens moet iedereen die droomt van dood gaan de hoop koesteren op een beter leven en zich daar ook helemaal voor inzetten, analyserend, door zijn kracht te tonen, of wat zijn innerlijk hem ook maar aangeeft te doen.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Ik zou willen dat iedereen de betekenis kent van droomtaal, zodat als een stem in hun binnenste hen oproept een touw te zoeken om zich op te hangen aan de hoogste boom, ze onmiddellijk de omslag zullen maken en weten: ik moet verbinding (touw) zoeken om contact te maken met mijn grote levenskracht (hoogste boom), de levenskracht die zich ontwikkeld heeft doordat hij zich staande wist te houden in lange jaren van groot verdriet en tegenspoed.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Het is meer dan alleen maar jammer dat veel mensen zich niet bewust zijn van hun levenskracht. Maar onbewust is er misschien een stem die niet zwijgen wil, en gehoord wil worden.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">2e versie, januari 2007</span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.klaskehiemstra.nl/2010/02/de-zin-van-waanzin/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

